Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

incontinent - (niet in staat urine of ontlasting op te houden)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

incontinent bn. ‘niet in staat urine of ontlasting op te houden’
Vnnl. alleen het zn. incontinentie ‘wulpsheid’ [1650; Hofman]; nnl. incontinentie ‘het niet in staat zijn urine of ontlasting op te houden’ [1847; Kramers], dan het bn. incontinent ‘zijn urine niet kunnende ophouden’ [1950; van Dale].
Ontleend aan medisch Neolatijn incontinens (genitief incontinentis) ‘niet in staat urine of ontlasting op te houden’. De klassiek-Latijnse betekenis van het woord is algemener ‘(zich) niet beheersend’ ; het is een afleiding met het voorvoegsel → in- 2 ‘niet’ van het verl.deelw. van continēre ‘bijeenhouden, in een bepaalde toestand houden’, zie → container.
Incontinentia kon in het klassiek Latijn ook de urine betreffen, Plinius spreekt over incontinentia urīnae. De betekenis spitste zich in het christelijk Latijn echter toe op de vleselijke lusten en die betekenis kwam het ook in de Romaanse talen en het Engels terecht: bijv. Frans continent ‘kuis’ (in deze betekenis nu verouderd), continence ‘kuisheid’, incontinence ‘onkuisheid’ [alle eind 12e eeuw; Rey]. Ook in het Nederlands heeft continent ‘kuis, onthoudend’ [1650; Hofman] bestaan, maar het is nooit algemeen geworden. Pas vanaf de 18e eeuw verschijnt in de moderne talen ook de medische betekenis. Gezien de aard van die betekenis komt vooral incontinent voor, het woord continent ‘de uitscheiding wel kunnende beheersen’ is alleen een medische term.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

incontinent [urine of ontlasting niet kunnende ophouden] {1926-1950} < frans incontinent [oningetogen, onmatig, in medische zin incontinent] < latijn incontinentem, 4e nv. van incontinens [niet ingetogen, onmatig], van in- [on-] + continēre [bijeenhouden, in toom houden], van com [samen] + tenēre (in samenstellingen -tinēre) [houden].

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

incontinent urine of ontlasting niet kunnende ophouden 1950 [GVD] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal