Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

incognito - (onder een vreemde naam)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

incognito bw. ‘onder een vreemde naam’
Vnnl. incognito ‘id.’ in den Franse Gesant de Thou ... was incognito in de Roomse vergaderinge [1662; WNT].
Ontleend aan Italiaans incognito ‘id.’ [voor 1321; DEDLI], ontleend aan Latijn incōgnitus ‘niet herkend’, gevormd uit → in- 2 ‘niet’ en cōgnitus, verl.deelw. van cōgnōscere ‘kennen’, zie → connaisseur.
Het woord werd oorspr. vooral gebezigd met betrekking tot hoogwaardigheidsbekleders, als die in een bepaalde situatie onder verberging van hun ware identiteit wilden handelen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

incognito [onder schuilnaam] {1662} < italiaans incognito < latijn incognitus [onbekend, niet herkend], van in- [on-] + cognoscere (verl. deelw. cognitum) [leren kennen, waarnemen, herkennen], van con-, dat ‘bijeen’ betekent, maar ook gewoon een versterkende functie heeft + noscere (oudlatijn gnoscere) [kennen].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

incognito bijw., sedert de 17de eeuw < ital. incognito ‘onbekend’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

incognito bijw. znw. o., als bijw. sedert de 17. eeuw. Uit it. incognito. Internationaal woord.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

incognito bw.
Onder 'n skuilnaam.
Uit Ndl. incognito (1662).
Ndl. incognito uit It. incognito uit Latyn incognitus 'onbekend, nie herken nie', met lg. van in- 'on-' en cognoscere 'leer ken, waarneem, herken'.
Eng. incognito.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

incognito: gew. gebr. i.v.m. hoogwaardigheidsbekleërs wat bv. op reise nie amptelik bek. wil staan nie; sedert 17e eeu in Ndl. uit It. incognito uit Lat. incognitus, “onbekend” (in-, “nie”, cognitus, “bekend”).

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

incognito (Italiaans incognito)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

incognito ‘onder schuilnaam’ -> Indonesisch inkognito ‘onder schuilnaam’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

incognito bijwoord: onder schuilnaam 1662 [WNT] <Italiaans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal