Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

inbegrip - (inclusief)

Etymologische (standaard)werken

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

inbegrip znw. o., laat-nnl., maar reeds 1415 het ww. inbegrîpen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

inbegrip znw. o., eerst laat-nnl. Inbegrîpen “bevatten” reeds 1415 (Utrecht).

Thematische woordenboeken

S. Theissen (1978), Germanismen in het Nederlands, Hasselt

inbegrip

Enkele puristen signaleren dit germanisme (D. ‘Inbegriff’), dat overeenkomt met ‘belichaming, personificatie’. Het schijnt echter niet veel succes meer te hebben want, behalve in Van Dale, vindt men het in geen enkel woordenboek.

A. Moortgat (1925), Germanismen in het Nederlandsch, Gent

inbegrip. ― Gangbaar in de uitdrukking met inbegrip van (het genoemde meegerekend of inbegrepen), wordt inbegrip, Nhd. Inbegriff een germanisme, als het woord in betrekking staat met een bepaling in den genitief of met van omschreven, die omsluit, samenvat, in zich besluit. Het komt alsdan overeen met samenvatting, geheel, totaal, al naar het verband, Fr. centralisation, concentration, sommaire, résumé. Toegepast op personen, zooals in de eerste aanhaling, staat inbegrip voor belichaming, personificatie.
|| Daarmede kan men vrede hebben in zooverre men Palestrina beschouwt als het inbegrip van schoonheid, kunstzin en techniek, Ant. Averkamp in St Greg.-Bl., 39, 6, 158. Denk dan twee punten A en B; wij brengen de rechte lijn door deze twee punten, en noemen het inbegrip van alle punten van die lijn een ééndimensionale ruimte, die wij enz., Hk. de Vries in De Gids, 84, 5, 246. ... het inbegrip van alle punten die op deze wijze door den draaienden en glijdenden straal getroffen worden, ... noemen wij een plat vlak, of een tweedimensionale ruimte R2, ibid. Wij verbinden nu D met alle punten van R2, en noemen het inbegrip van alle punten die zoodoende bereikt worden, een driedimensionale R3, 248. Ook nog op bl. 250.

M. Siegenbeek (1847), Lijst van woorden en uitdrukkingen met het Nederlandsch taaleigen strijdende, Leiden

inbegrip, voor hetgeen wij in echt Nederlandsch insluiting noemen, is mede uit eene slaafsche navolging van het Hoogduitsch gesproten, welke waarlijk onze schrijvers tot oneer verstrekt. Begrip is onder ons alleen in eene overdragtelijke beteekenis in gebruik. Zoo wij het woord behoefden, zou ik meenen, dat inbegrijping de voorkeur verdiende. In een’ anderen zin gebruikt Bilderdijk het woord in den volgenden regel:
De taal is ’t inbegrip der ons verleende schatten:
Waar het zoo veel als zamenvatting beteekent en te kennen geeft, dat in de taal alle ons verleende schatten vervat zijn. Duidelijker had hij kunnen schrijven:
De taal bevat in zich al de ons verleende schatten.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

inbegrip (met - van) ‘inclusief’ -> Fries ynbegryp (mei - fan) ‘inclusief’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal