Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

in- - (niet-)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

in- 2 voorv.
Dit is oorspr. het Latijnse voorvoegsel in- ‘niet’. In het Vroeglatijn had het altijd die vorm, maar in het klassiek Latijn trad assimilatie op tot im- voor p, b, m, tot il- voor l en tot ir- voor r. Voor g bleef alleen ī-, met compensatierekking, over. Het systeem van assimilatie bleef productief bij de latere nieuwvormingen, zoals irrelevant.
Ontwikkeld uit pie. *n-, de nultrap van het negatief partikel *ne (zie → nee(n)), waaruit ook Nederlands → on- en Grieks → a-.
Dit voorvoegsel komt alleen voor in leenwoorden uit het Latijn of Neolatijn, al dan niet via het Frans ontleend. Voorbeelden waarin de betekenis ‘niet’ in het Nederlands nog direct herkenbaar is, omdat de versie zonder het voorvoegsel ook bestaat, zijn: inadequaat, inactief, incorrect, informeel, inhumaan, instabiel, en met assimilatie illegaal, immoreel, impertinent, irrelevant. Soms is de vorm met voorvoegsel veel frequenter dan zonder, bijv.incontinent, → indigestie en → invalide. Bij andere woorden komt de vorm zonder voorvoegsel niet voor, bijv.ignorant, → incognito, → individu, → inert, → immuun.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

in-2 [voorvoegsel met de betekenis ‘niet’] {in bv. insuffisant 1541} < latijn in-, met de betekenis ‘niet’, verwant met nederlands on-, gotisch un-, engels un-, hoogduits un-, i- voor gn, il- voor l, im- voor b, m, p, ir- voor r.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

il- (Latijn il- of Frans il-)
im- (Latijn im- of Frans im-)
in- (Latijn in- of Frans in-)
ir- (Latijn ir- of Frans ir-)

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

In. Ontkennend voorvoegsel = on.. Wordt im voor m, b, p; ir voor r, il voor l, i voor gn.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal