Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

in- - (voorv. dat bn. versterkt)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

in- 1 voorv. dat bn. versterkt
Mnl. inabel ‘door en door bekwaam’, ingroen ‘zeer groen, altijdgroen’.
Hetzelfde als het bijwoord → in. De versterkende functie van dit voorvoegsel is te herleiden tot ‘tot in het binnenste, door en door’.
Dit voorvoegsel is tegenwoordig slechts in beperkte mate productief. Voorkomende afleidingen zijn bijv. ingelukkig, ingemeen, intriest, inslecht; vaak ook met herhaald voorvoegsel: in- en inslecht.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

in- 2 præfix, in indroog, hetz. w. als ’t vor. met de bet. innerlijk, door en door.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal