Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

ignorant - (onwetend)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

ignorant bn. ‘onwetend’
Vnnl. ignorant ‘onwetend, dom’ in dongheleerde volck vul ignoranter vlecken ‘het ongeleerde volk vol domme tekortkomingen’ [1548; WNT Aanv.].
Via Frans ignorant ‘id.’ [13e eeuw; Rey] ontleend aan Latijn īgnōrāns (genitief īgnōrantis), teg.deelw. van īgnōrāre ‘niet weten, onbekend zijn met’, afleiding van īgnārus ‘onkundig’, dat gevormd is uit → in- 2 ‘niet’ en gnārus ‘kundig, bekend met’, afleiding van dezelfde stam als in *gnōscere > nōscere ‘kennen’, zie → gnosis, en verwant met → kunnen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

ignorant [onwetend] {1650} < frans ignorant < latijn ignorantem, 4e nv. van ignorans, teg. deelw. van ignorare [niet weten, niet kennen, niet willen weten, kennen], van ignarus [onkundig, niet wetend], van in- [niet, on-] + gnarus [kundig, bekend met], verwant met noscere (oudlatijn gnoscere) [leren kennen].

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

ignorant (Frans ignorant)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal