Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

-ier - (achtervoegsel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

-ier achterv. dat persoonsnamen bij zn. vormt
Mnl. in de leenwoorden aalmoezenier [13e eeuw; zie → aalmoes], → barbier [14e eeuw], → officier [14e eeuw], → bankier [15e eeuw]. Ook al in de inheemse vormingen herbergier [14e eeuw], afgodier, dekenier [15e eeuw].
Dit is het Latijnse achtervoegsel -ārius (zie → -aar), dat in het Frans is ontwikkeld tot -ier, als uitgang in verscheidene Franse leenwoorden in het Nederlands terechtkwam en zich daar tot zelfstandig achtervoegsel ontwikkelde. De uitspraak met lange i komt uit het Picardisch, de standaarduitspraak in het Frans is tweelettergrepig i-e, met accent op de lange e.
Naar het model van woorden als aalmoezenier, dekenier ontstond een variant -enier, bijv. in drapenier ‘lakenwever’ [15e eeuw] naast drapier [14e eeuw], fruitenier ‘fruitverkoper’ naast fruitier [beide 14e eeuw]; zie ook → kamenier.
Lit.: Schönfeld 1970, par. 176

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

-ier [achtervoegsel, dat meestal de verbinding met het beroep aangeeft] {in bv. drapenierre [lakenbereider] 1277} < frans -ier, dat teruggaat op latijn -arius. Aanvankelijk kwam het achtervoegsel voor in fr. leenwoorden, later ook achter nl., bv. scholier, tuinier. Soms werd het achtervoegsel uitgebreid tot -(e)nier, naar aanleiding van woorden als aalmoezenier, bv. in rentenier, glazenier-aar.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

ier 2 suffix, reeds mnl., in leenwoorden overgenomen uit fra. -ier < lat. -ārius.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

-ier suffix, reeds mnl. Kwam het eerst voor bij uit ’t Fr. ontleende woorden, ’t Fr. -ier gaat op lat. -ârius terug.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

-ier (Frans -ier)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal