Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

hymen - (maagdenvlies)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

hymen zn. ‘maagdenvlies’
Vnnl. wrsch. nog niet als Nederlands te beschouwen in voren in den hals der lijfmoeder een Membrane, die van de oude gheleerde Hymen ghenoemt wort ‘voor in de hals van de baarmoeder een vlies dat ... hymen genoemd wordt’ [1604; WNT vermengeling]; nnl. de tegenwoordigheid van 't vlies Hymen ‘de aanwezigheid van het maagdenvlies’ [1724; WNT tegenwoordigheid].
Ontleend aan medisch Neolatijn hymen ‘id.’, in dezelfde betekenis al Laatlatijn, ontleend aan Grieks humḗn ‘vlies, maagdenvlies’. Dit woord wordt wel afgeleid van dezelfde wortel als die van → zoom ‘inslag’, met een grondbetekenis ‘naaien’, waarbij ook Engels sew ‘naaien’; hymen is dan een inslag in de vagina of iets wat de wanden van de vagina verbindt.
Het Griekse woord wordt wel verbonden met: Sanskrit syūman ‘band, riem, naad’, sīvyati ‘hij naait’; Latijn suere ‘naaien’; Oudkerkslavisch šiti ‘naaien’; Gotisch siujan ‘naaien’; bij de wortel pie. *sieuH- (IEW 915). Opvallend is dan wel de korte u in het Grieks.
Grieks humḗn betekent ook ‘juichkreet bij het huwelijk’, en hieruit secundair ontwikkeld, ‘god van het huwelijk (in de Griekse mythologie)’. Over de identiteit van beide woorden bestaat geen overeenstemming, maar meestal wordt aangenomen dat de ‘huwelijkskreet’-betekenis is ontwikkeld uit de functie als spottende uitroep, welke dan weer teruggaat op de betekenis ‘maagdenvlies’. In de kunst wordt Hymen, een muze en zoon van Apollo, voorgesteld als een volwassen jongeling met de bruiloftsfakkel in de rechterhand.
De Nederlandse samenstelling maagdenvlies is gebruikelijker dan het vreemde woord hymen, dat in de algemene omgangstaal hooguit gebruikt wordt als eufemisme; hymen is verder alleen een wetenschappelijke term.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

hymen [maagdenvlies] {1604} < laat-latijn hymen [idem] < grieks humèn [huidvlies, maagdenvlies]; het latijn Hymen [de god van het huwelijk], grieks humèn [feestelijke uitroep bij een huwelijk, (secundair) de god van het huwelijk] is als (plagende?) uitroep uit de betekenis ‘maagdenvlies’ ontwikkeld (vgl. hymne).

Thematische woordenboeken

T. Beijer en C.G.L. Apeldoorn (1996), Woordenboek van medische eponiemen, Houten

hymen: maagdenvlies. Deze halvemaanvormige slijmvliesplooi, die de vagina van de virgo soms geheel, meestal gedeeltelijk afsluit, dankt haar naam aan de mythologische Hymen (Hymeaios), de god van het huwelijk, zoon van Apollo en een muze. In de kunst wordt Hymen voorgesteld als een volwassen jongeling met de bruiloftsfakkel in de rechterhand. Merkwaardigerwijs is deze unieke vrouwelijke anatomische structuur genoemd naar een mannelijke god.
Het bruiloftslied van de lyrische Romeinse dichter Catullus (87-54 v. Chr.), dat een weerspiegeling is van de gevoelens van bruid en bruidegom, roept Hymen aan: ‘Het meisje zoo van Moeders schoot geeft Gij met eigen handen den wilden jongen in wiens borst de donkre driften branden. Hoor Hymen, o Hymen, verhoor de bede van dit bruiloftskoor.’ (Den Boer; Catullus-vertaling: Rutgers van der Loeff)

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

hymen maagdenvlies 1604 [WNT vermengeling] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal