Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

houweel - (hakwerktuig)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

houweel zn. ‘hakwerktuig’
Mnl. hauel ‘hakwerktuig’ [1287; Debrabandere 2003], hauweel [1336-39; MNW]; vnnl. houweel ‘id.’ [1562; Kil.].
Ontleend aan Oudfrans hoel, hael [1250-1300; Rey], (later hewel, Nieuwfrans hoyau ), verkleinwoord van houe ‘hak’ [ca. 1170; Rey], dat zelf is ontleend aan onl. houw, zie → houwen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

houweel [werktuig, bik] {1296} < oudfrans hou(w)el, verkleiningsvorm van houe [houweel], dat van germ. herkomst is, vgl. houwen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

houweel znw. o., mnl. houweel, hauweel, aweel o. < ofra. hoel, houwel, hauwel (nfra. hoyau) ‘houweel’ een verkleinwoord van houe ‘hak, houweel’ < frankisch *hauwa; zie verder: houwen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

houweel znw. (het en de), mnl. houweel, hauweel, aweel o. Uit ofr. hoel, houwel, hauwel (fr. hoyau) “houweel”, een demin. van houe “hak, houweel”, dat uit du.-ndl. *hôk (zie hoek), ook wel uit een bij houwen hoorend znw. wordt afgeleid.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

houweel. Fr. houe uit een bij houwen behorend znw.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

houweel o., uit Ofra. houel (thans hoyau), dimin. van houe: z. houw 1.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

houweel (Oudfrans houwel)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

houweel ‘werktuig, bik’ -> Duits dialect Hauweel ‘werktuig, bik’; Negerhollands hau ‘werktuig, bik’; Berbice-Nederlands hawela ‘werktuig, bik’; Skepi-Nederlands howela ‘werktuig, bik’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

houweel werktuig, bik 1296 [CG I Brugge] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal