Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

Hoorn - (geografische naam)

Thematische woordenboeken

G. van Berkel & K. Samplonius (2018), Nederlandse plaatsnamen verklaard

Hoorn1 (Alphen aan den Rijn, ZH)
1615 De Hoorn Polder1, 1844 Hoorn, ook genaamd Alpher-Hoorn2, 1839-1859 Den Hoorn3; hoorn, horn 'uitspringende bocht, hoek', naar de bocht in de Oude Rijn.
Lit. 1krt Rijnland, 2Van der Aa 5 830, 3GHAN 1 56.

Hoorn2 (Westerwolde, Gr)
1634 Hoorn1, 1781 Hoorn2, 1844 HOORN (DE), ook wel enkel Hoorn genoemd3; hoorn, horn 'uitspringende bocht, hoek'.
Lit. 1krt Hondius, 2krt Beckeringh, 3Van der Aa 5 831.

Hoorn3 (Heerde, Gl)
1333-1334 Hoerne1, 1335-1336 in Horne1, 1399 in der buerschap van Hoerne1, 1442 Hoorn2, 1519 Hoern2, 1534 Horn2; hoorn, horn 'uitspringende bocht, hoek', hier wel 'vooruitspringend stuk land' in een moeras, in een water of in een bos.
Lit. 1Otten 1987 57, 2NGN 3 (1893) 141.

Hoorn4 (Hoorn, NH)
1289 vervalst kopie 1424 Hoern1, ca. 1312 Horne2, ca. 1338 Hoirne3, 1345 Hoirn4; Mnl. horne, horn 'uitspringende bocht, hoek', oorspronkelijk een hoek van hoger gelegen land, uitspringend in het water of in moerassig terrein.
Lit. 1OBHZ 2386, 2Smit 1924v VII 12, 3Van Mieris II 607, 4Hamaker 1875v II 163.

Hoorn5 (Terschelling, Fr)
Fries Hoarne. 1482 Horon1, 1573 Horn2, 1579 Hoorn3, 1844 HOORN, of Oost-Terschelling, meestal De Hoorn, en hij de eilanders meest Horn genoemd4; hoorn, horn 'uitspringende bocht, hoek'.
Lit. 1Gildemacher 2007 111, 2krt Sgrooten, 3krt Sibrandus Leo, 4Van der Aa 5 829.

Den Hoorn1 (De Marne, Gr)
Uitspraak: n hoorn. 1398 kopie up de Horne1, 1420 in tha Horna1, 1448 op den hoerne1, 1596 up den Hoeren1, 1781 den Hoorn2; Datief enkelvoud van horn 'uitspringende bocht, hoek (van een dijk)'. Wordt vaak in een adem genoemd met → Wehe.
Lit. 1De Vries 1946 60, 2krt Beckeringh.

Den Hoorn2 (Midden-Delfland, ZH)
1611 De Hooren1, 1844 HOORN (DEN)2; horn 'uitspringende bocht, hoek' van de dijk.
Lit. 1krt Delfland, 2Van der Aa 5 831.

Den Hoorn3 (Texel, NH)
1387 kopie 1813 op den horn1, 1408 Horne, 1542 Hoorn2, 1573 Horn3, 1575 Hoorn4, 1612 Hoorn5, begin 18e eeuw Den Hoorn6, 1773 De Hoorn7, 1844 HOORN of Den Hoorn, ook wel in den Hoorn8, 1839-1859 De Hoorn9; horn 'uitspringende bocht, hoek'. Gelegen op een keileemheuveltje.
Lit. 1Wijngaerden, Gesch. Goude 1813 775, 2krt Van Deventer, 3krt Sgrooten, 4krt Beeldsnijder, 5krt Giucciardini, 6krt Texel, 7krt Sepp 55, 8Van der Aa 5 829, 9GHAN 1 3.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal