Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

holster - (pistoolhouder)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

holster zn. ‘pistoolhouder’
Vnnl. holster ‘pistoolhouder’ [1669; van den Ende].
Ontleend in deze ene specifieke betekenis, wellicht al ten tijde van de Dertigjarige Oorlog, aan Nederduits holster ‘schoudertas; ransel; pistoolhouder, foedraal; buikholte; balzak van een hengst; klein kind’; deze veelheid aan betekenissen duidt op hoge ouderdom en doet een oorspr. algemene betekenis ‘bergplaats’ veronderstellen; het woord is dan ook verwant met → hullen ‘wikkelen, bedekken’ en → helen 2, oorspr. ‘bedekken, verbergen’. Ook Engels holster ‘pistoolhouder’ en Zweeds hölster ‘id.’ zijn jongere ontleningen aan het Middelnederduits.
Oe. heolstor ‘schuilplaats’ (ne. alleen dial. hulster ‘id.’); nijsl. hulstr, nzw. vero. hölster ‘schuilplaats’; got. hulistr ‘omhulsel, deken’; < pgm. *hula-stra- (c.q. *helu-, *huli-), afleiding van de stam van pgm. *huljan- (waarbij nnl. hullen), resp. ablautend *helan- ‘verbergen, bedekken’ (waarbij nnl. helen 2). Er is onzekerheid over het verband met ohd. hulft ‘zadeldek’, hulfter ‘foedraal’ (nhd. Hulfter; zie bij → hoes), en het daaraan ontleende mnl. holfter ‘id.’ [1477; Teuth.]. De betekenis is zeer verwant met die van holster en de vorm verschilt in slechts één relevante klank. Misschien is het Hoogduitse woord ontstaan onder volksetymologische invloed van ohd. halftra (mhd. halfter, nhd. Halfter) ‘halster’, zie → halster; van klankwettige overeenkomst is in elk geval geen sprake. Ook een Nederlandse overgang van mnl. hulfter naar nnl. holster (FvW) moet worden uitgesloten.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

holster* [vuurwapenfoedraal] {1678} vgl. middelnederlands holfter [foedraal, pijlkoker] {1477} en hulsteren [verstoppen, verduisteren], middelnederduits hulfte, oudhoogduits hulft [koker], oudengels heolstor, gotisch hulistr [bedekking]; behoort bij hullen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

holster znw. m. ‘leren koker voor een pistool’, vroeger ook ‘reiszak’, waarsch. een duits woord, dat hier eerst na Kiliaen bekend geworden is, vgl. Theut. holfter ‘deksel op armborst of pijlkoker’, vgl. laat-mhd. hulfter ‘koker’ (nhd. holfter, hulfter, halfter ‘pistoolkoker’). — Afl. van mnd. hulft vgl. ohd. hulft, huluft ‘bedekking, koker’, mnd. hulfte ‘koker voor pijlen en boog’. — De oorspr. bet. is ‘bedekking’, vandaar te rekenen tot de groep van helen; formeel staat gr. kalúptō ‘bedekken’ dicht bij hulft. — > ne. holster (sedert 1663, vgl. Bense 146); > russ. óľstra (vgl. R. v. d. Meulen Verh. AW Amsterdam 66, 2, 1959, 34).

Men kan holster misschien beter verbinden met got. hulistr ‘bedekking’, oe. heolstor, helustr ‘donker, schuilplaats’, dan dus met een -stra-suffix. gevormd van helen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

holster (nu alleen = “leeren koker voor een pistool”; oudnnl. ook “reiszak”), niet mnl. of bij Kil. Ontstaan uit holfter, dat in den Teuth. = “dat leder dair men en armborst mit beschuyrt, coritus” en = “decksel op en armborst of eyn pylkaicker, corinthus” voorkomt. = laat-mhd. hulffter “koker” (nhd. holfter, hulfter, ook halfter v. “pistoolholster”), een afl. van mhd. hulft, ohd. hul(u)ft v. “bedekking, koker”, mnd. hulfte v. “koker voor pijlen en boog”. Voor den vorm met st vgl. halster, waarmee misschien holfter, holster oerverwant is, anderen combineeren het evenals got. hulistr o. “bedekking, foedraal”, ijsl. hulstr o. “foedraal”, ags. heolstor o. “bedekking, schuilplaats”, ohd. hulst v. “bedekking” met hullen.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

holster. Uit een tot deze groep behorend germ. woord: fr. housse (zie hoes). — Uit het Ndl.: eng. holster.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

holster m. (knapzak), + Ndd. en Eng. id., bij Go. hulistr, IJsl. hulstr, Ags. heolstor, Ohd. hulst = bedekking; daarnevens ouder holfter bij Mhd. hulfter (Nhd. holfter), Hgd. en Ndd. hulft. Holster is wellicht over holfster uit holfter (z. halster) en bevat een uitbreiding van den wortel van hullen: cf. Gr. kalúptein.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

holster, zn.: dikke, slonzige vrouw. Overdrachtelijke betekenis van holster ‘leren zak, reiszak’ (WNT). Laatmnl. holfter, Laatmhd. hulfter ‘koker’, D. Halfter, Hulftre, Holfter ‘foedraal’, afl. van Ohd. hul(u)ft, Mhd. hulft, hulst ‘bedekking, koker’, Mnd. hulfte ‘pijlenkoker’. Bij Idg. *kel- ‘verbergen’, dat ook in helen schuilt.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

hulster (Strijpen), zn. m.: bolster van okkernoot. Contaminatie van bolster en huls.

Thematische woordenboeken

E. Paque (1896), De Vlaamsche volksnamen der planten van België, Fransch-Vlaanderen en Zuid-Nederland, Brussel

Holster, m. — Te Rillaar en omstreken. — Viscum album L.; fr. Gui blanc; vl. Vogellijm, Mistel of Marentak.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

holster ‘vuurwapenfoedraal’ -> Duits Holster ‘open lederen tas voor handvuurwapen; jachttas (jagerstaal)’; Zweeds hölster ‘vuurwapenfoedraal’ (uit Nederlands of Nederduits); Tsjechisch holstra ‘vuurwapenfoedraal’ <via Duits>; Russisch ól'stra, olstr ‘vuurwapenfoedraal’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

holster* vuurwapenfoedraal 1678 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal