Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

Holland - (geografische naam)

Etymologische (standaard)werken

Diverse auteurs (2014-), etymologische artikelen, gepubliceerd op Neerlandistiek.nl

Etymologie: Holland

Holland zn. streeknaam
Oudnederlands Holtlant (918-948, kopie eind 11e eeuw), Holdland (ca. 1120, Annales Egmundenses; de mededelingen gaan echter over de jaren 1060 en de naamsvorm met -d- past daarbij: Florentius comes Holdlandensis ‘Floris graaf van Holdland’ 1061, comitatum Holdlandie ‘het graafschap Holdland’ 1063, Rotbertum de Holdland ‘Robert van Holland’ 1071), Hollant (1101), Hollandie (ca. 1120), Middel- en Nieuwnederlands Hollant, Holland. De delen zut hollant ‘Zuid-Holland’ en northollant ‘Noord-Holland’ komen vanaf 1282 resp. 1292 voor. In een oorkonde van de bisschop van Bremen uit 1113 komen de Hollandi voor het eerst buiten hun eigen woonomgeving voor, als kolonisten die grond in het bisdom mogen gaan ontginnen. Het gebied waar ze zich vestigen heet later Hollerland.
Samenstelling van holthout’ en land. In de groep -ltl- is de t eerst d geworden (-ldl-) en vanaf 1100 geheel verdwenen (vergelijk 13e-eeuws werelec, werellek voor wereldlijk). De oudste vorm, uit de tiende eeuw, duidt een enkele nederzetting aan die waarschijnlijk in de buurt van Leiden gezocht moet worden, en waarin volgens de Utrechtse Goederenlijst vier hoeven tot het bisschoppelijk goed behoren. De naam moet op een ‘bebost’ terrein betrekking hebben gehad. In de elfde eeuw heeft ‘Holland’ in de eerste plaats betrekking op de Rijnstreek rond Leiden, het kerngebied van de grafelijk macht in die tijd. Of de streeknaam op de tiende-eeuwse nederzetting is gebaseerd is onzeker, maar gezien de overlappende locatie ligt het wel voor de hand. In de loop van de elfde eeuw moeten de Rijnlanders hun eigen streek, die daarvoor deel uitmaakte van Frisia, ‘Holland’ zijn gaan noemen. Vanaf 1100 werd dat ook buiten Holland de gangbare benaming.
Literatuur: D.P. Blok. 1969. “Holland und Westfriesland.” Frühmittelalterliche Studien 3, 347–361; J.W.J. Burgers. 1999. “Holland omstreeks 1100. De 11e-eeuwse transformatie van het Westfriese graafschap.” Holland 31, 199-209.
[Michiel de Vaan, gepubliceerd op 26-11-2015]

Thematische woordenboeken

G. van Berkel & K. Samplonius (2018), Nederlandse plaatsnamen verklaard

't Holland (Reusel-De Mierden, NB)
1838-1857 Holland1, 1865 Holland2, gebouw: 1874 Holland3, 1980 't Holland4; Samenstelling van hol 'laag, diep, in een uitholling gelegen, moerassig' en land 'gebied'.
Lit. 1GHAN 4 70, 2Kuyper Reusel, 3Gille Heringa 106, 4GTAN 4 79.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

Holland ‘Nederland’ -> Engels Holland ‘Nederlandse provincie, Nederland; linnen weefsel’; Schots Holland; ho(i)llin(g) ‘Nederland’; Deens Holland ‘Nederland, provincies Noord- en Zuid-Holland’; Noors † Holland ‘Nederland’; Fins Hollanti ‘Nederland’; Frans hollande ‘doek van heel fijn Hollands linnen; porselein uit Holland; appelsoort; kaas uit Holland; (vergé)papier’; Spaans holanda ‘fijne stof’; Portugees holanda ‘textiel van het allerfijnste linnen; Nederland’; Baskisch olanda ‘doek uit Holland’ <via Frans>; Iers An Ollainn ‘Nederland’; Tsjechisch holand ‘zeer fijne papiersoort uit Nederland’; Tsjechisch Holandsko ‘Nederland’; Pools Holandia ‘Nederland’; Russisch Gollándija; nesti Gollandiju ‘Nederland; (Bargoens) geklets, kletspraatjes’; Oekraïens Gollándija ‘Nederland’ <via Russisch>; Azeri Hollandiya ‘Nederland’ <via Russisch>; Litouws Olandija ‘Nederland’; Grieks Ollandia ‘Nederland, iets wat daarvandaan komt’; Arabisch (MSA) holandā, holanda ‘Nederland’; Arabisch (Irakees) hōlanda ‘Nederland’; Arabisch (Egyptisch) Hulanda ‘Nederland’; Indonesisch Belanda ‘iedere westerling, Europeaan; Nederlands’ <via Portugees>; Chinees-Maleis Holand ‘Nederland’; Javaans walandi ‘Nederland’; Petjoh blandeu, blandanees ‘spotnaam voor Indo's die te Hollands willen lijken’ <via Portugees>; Javindo Hollaan ‘Nederland’; Tamil ulāntā ‘Nederland’; Japans Oranda ‘Nederland’ <via Portugees>; Chinees Helan ‘Nederland’; Amerikaans-Engels holland, holand, hollan ‘linnen weefsel; goederen (oorspronkelijk) gemaakt in Nederland’; Surinaams-Javaans Holan ‘Holland, Hollands, Nederland, Nederlands’.

Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

Hup Holland hup [voetballied] (1950). KRO-medewerker Jan de Cler (1915-2009) schrijft in 1950 het nog altijd bekende lied ‘Hup Holland hup’, dat begint met de regels “Hup Holland hup / Laat de leeuw niet in z’n hempie staan.” De melodie is van Dico van der Meer.
Denkend aan Holland [dichtregel] (1936). De dichter Hendrik Marsman (1899-1940) publiceert in 1936 het gedicht ‘Herinnering aan Holland’, met de beginregels “Denkend aan Holland / zie ik breede rivieren / traag door oneindig / laagland gaan.” In 2000 werd dit gedicht uitgeroepen tot het ‘Gedicht van de eeuw’.

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

916. Holland is in last,

d.w.z. er is groote nood; meestal toegepast op hen, die van een beuzeling een groote zaak, veel drukte maken; zie ook Molema, 163 b. Dat deze zegswijze niet, zooals Borchardt bij de verklaring van Holland in Nöten meent, uit den tijd van onze oorlogen met Lodewijk XIV dagteekent, bewijst het voorkomen bij Sartorius III, 4, 82: Bijt hem een vloo, soo is Holland in last: in eos, qui quamtumlibet levi de re graviter perturbantur, perinde ut in maxima. Zie ook Winschooten, 134; Smetius, 72; Brederoo, Sym. s. Soet. 448; Ndl. Wdb. VI, 881; De Amsterdammer, 4 Jan. 1914, p. 2 k. 2: En als er dan, na maanden, nog een kindje komen moet, is Holland natuurlijk in last; O.K. 8: Ja, lach jij maar, later is Holland in last, als je maag geen enkele fatsoenlijke neiging meer heeft; Het Volk, 1 Nov. 1913, p. 6 k. 2: Hadden zij niet zooveel huizen onbewoonbaar verklaard, dan was Holland nu niet in last geweest; enz. Volgens Tuinman I, 300 ziet deze zegswijze op den toestand van ons land in 1562, toen we geteisterd werden door een watersnood, en er ‘een penning geslagen wierd, vertoonende een schip, dat van hevige stormwinden en watergolven geslingert, en op 't zinken was. Hierop stonden mannen, die met de handen op hunne hoofden, volgens 't omschrift, baden: Domine, salvo nos, perimus’. Ook dit kan niet juist zijn, daar, zooals gebleken is, de uitdr. reeds in 1561 bij Sartorius voorkomt. Tot nu toe is de oorsprong dus niet bekend.Dr. A. J Botermans meent, dat men niet aan een bepaald feit behoeft te denken, daar men eigenlijk wilde zeggen: ‘of de andere provinciën al in moeilijkheden geraken of verkeeren, of zij zich al opofferingen moeten getroosten ten gerieve van Holland en Zeeland - dat komt er natuurlijk niet erg op aan, als 't Holland (en Zeeland) maar wèl gaat. Maar o jé - als men 't daar te kwaad krijgt: dan is Holland in last; en dat is heel wat erger!’ (Taal en Letteren XI, 442). Vgl. Leiden is ontzet! Leiden in nood (Harreb. II, 15 a) en Fokke, B.R. 2, 197: Dan was Holland in last en Zeeland in arbeid (dan was alles angst en vrees).

Naast dez uitdr. vindt men ook Leiden is in last; zie o.a. Het Volk, 13 Sept. 1913, p. 2 k. 4: Toen was Leiden natuurlijk in last (toen had je de poppen aan 't dansen); 30 Oct. 1913, p. 2 k. 4: Dan zou Leiden in last geweest zijn; Nkr. I, 1 Dec. p. 6: Na het vreeselijk gebeuren was Leiden in last; Handelsbl. 8 Oct. 1913 (ochtendbl.) p. 3 k. 2: Toen had hij ternauwernood genoeg om een bordje rijst te koopen. Leiden in last.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal