Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

heen - (stijve zegge)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

heen1* [stijve zegge] {1562} vgl. nederduits heenk, hant, verwant met oudengels han (engels hone), oudnoors hein [slijpsteen]; buiten het germ. latijn cos [slijpsteen], catus [scherp(zinnig)], grieks kōnos [pijnappel], middeliers cath [scherpzinnig], oudindisch śita- [scherp]; de heen is naar zijn scherpte genoemd, evenals zegge1canapé, conisch, honen2.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

heen 1 znw. o. ‘stijve zegge, carex stricta’ (vooral Waterland), ook heent (Z.-Holl. en elders), nnd. heenk, hän(ke), hennie, hān(e), hānt. Wellicht wegens de scherpe punten van de grassprieten te verbinden met on. hein, oe. hān (ne. hone) ‘slijpsteen’. — gr. kō̃nos ‘kegel, punt’, oi. śāna ‘slijpsteen’, av. saēni ‘punt’ (H. Hirt BB 24, 1899, 234); vgl. lat. cōs ‘slijpsteen’, cātus ‘scherp’, oi. śiśāti ‘scherp maken’, bij de idg. wt. *kō(i) ‘slijpen’ (IEW 542).

Thematische woordenboeken

W. Deconinck (2019), Plantennamen nader toegelicht, Kortrijk.

biezen
Bosbies | Scirpus sylvaticus L.
Gewone waterbies | Eleocharis palustris (L.) Roem. et Schult.
Borstelbies | Isolepis setacea (L.) R. Brown
Vlottende bies | Isolepis fluitans (L.) R. Brown
Mattenbies | Schoenoplectus lacustris (L.) Palla
Ruwe bies | Schoenoplectus tabernaemontani (C.C. Gmel.) Palla
Heen | Bolboschoenus maritimus (L.) Palla

Bosbies komt voor in bronbosjes, vochtige weiden en aan rivieroevers. Gewone waterbies is een waterplant van moerassen en van oevers van sloten en plassen. Bij de Borstelbies zijn de uiteinden van de stengels stekelig als de gepunte haren van een borstel. Vlottende bies komt voor in sloten en plassen waarin de dunne stengels zweven of vlotten. Van Mattenbies worden de stengels gebruikt voor het vlechten van matten, stoelzittingen en manden; de plant worden ook wel eens gebruikt als grondstof voor de papierproductie. Ruwe bies heeft ruwe kafjes. Heen is, zoals Henne in Hennegras, een oude Friese naam voor een soort oevergewas. We vinden deze plant vooral aan de rand van sloten, poelen en plassen en op zilte weilanden

F. Kok (2007), Waarom brandnetel?, Nieuwegein

Heen (zeebies), Bolboschoenus maritimus
Bolboschoenus: bolbos = bol, schoinos = bies: bolbies. Heeft te maken met de vorm van de wortels die op bollen lijken.
Maritimus: de plant groeit in de buurt van de zee.
Heen: afleiding van deze naam is niet bekend.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal