Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

hectisch - (zeer druk, gejaagd)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

hectisch bn. ‘zeer druk, gejaagd’
Nnl. hectisch ‘teringachtig’ [1824; Weiland], meestal gezegd van koortsen: hectische koortsen [1903; Koenen], overdrachtelijk ook hectisch ‘koortsachtig wild, zeer druk’, bijv. in hectische droomen [1932; Groene Amsterdammer], de zich hectisch ontwikkelende industrie [1962; WNT Aanv.].
Geleerde ontlening, als medische term en dus via Neolatijn en Laatlatijn hecticus, aan Grieks hektikós ‘aanhoudend, gewoonlijk, slopend (van een ziekte)’, afleiding van héxis ‘gewoonte, houding, geestelijke toestand’, dat hoort bij het werkwoord ékhein ‘(aan)houden, hebben’, verwant met → zege, en zie ook → schema.
Aanvankelijk was dit alleen een bn. gebruikt met betrekking tot koorts. Een hectische koorts (Latijn hectica febris) is een aanhoudende koorts, bijv. bij tuberculose, en die was in het verleden veelal fataal. Deze betekenis bestaat nu voornamelijk nog in de woordenboeken, dit in tegenstelling tot de overdrachtelijke betekenis, die zich in het Nederlands vooral in de tweede helft van de 20e eeuw verspreidde en daarom hoogstwaarschijnlijk toegeschreven moet worden aan Engelse invloed. Engels hectic wordt al begin 20e eeuw overdrachtelijk gebruikt. Ook mogelijk is invloed van het Duits, waar hektisch o.a. veel wordt gebruikt in sportverslagen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

hectisch [gejaagd, hardnekkig] {na 1950} < hoogduits hektisch of < engels hectic < frans hectique < laat-latijn hecticus, (hectica febris [hectische koorts]) < grieks hektikos [chronisch lijdend, teringachtig], van hexis [houding, toestand], van echein [hebben, houden].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

hectic b.nw. (geselstaal)
Bedrywig, opwindend of onrustig.
Uit Eng. hectic (1904).
Die oorspr. bet. van Eng. hectic (1398) is 'koorsig, veral soos iemand wat aan tering ly'. Die latere bet. 'bedrywig, opwindend of onrustig' gee iets van hierdie koorsagtigheid weer.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

hectisch (Engels hectic of Duits hektisch)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

hectisch gejaagd 1962 [Aanv WNT] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal