Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

hansop - (kindernachtpakje)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

hansop zn. (NN) ‘kindernachtpakje’
Nnl. in de heele wereld gedost in den handsop der eerste eeuwen zit ... aan de voeten der zotheid [1725; WNT], hansop “zynde een kleed, waarvan het wambuis, de broek en de koussen aan elkanderen vast zyn” [1765; WNT].
Ontwikkeld uit de naam van een 17e-eeuwse komische toneelfiguur en een daarnaar vernoemd type pop [1639; Toll.], zoals blijkt uit Hanssops ... Dans ‘hansopsdans’ [1658; WNT], hanssop ‘kinderpop’ [1701; Marin], hanssop ‘potsenmaker’ [1717; WNT], Hanssopskleêren [1709; WNT]. De naam voor de toneelfiguur is ontleend aan Duits Hans Supp, wat een leenvertaling is van Frans Jean Potage, eveneens een populaire toneelfiguur uit die tijd. Zie ook → hansworst.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

hansop [wijd kledingstuk, m.n. als nachtkleding] {1639} eig.: het kostuum van de potsenmaker Hanssop [Jean Potage] < hoogduits Hans Supp(e) (vgl. hansworst).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

hansop znw. m. ‘kledingstuk bestaande uit lijf en broek met lange pijpen aan een stuk’, eig. de kleding van een komische figuur bij carnavals, hetzelfde woord als nd. hansup, hansop, fri. hansop, fra. Jean Potage.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

hansop, hanssop znw. Oudnnl. de naam van een comische figuur bij carnavals en vertaald uit fr. Jean Potage. Fri. hânsop, nd. hansup, hansop beteekenen ’t zelfde als ons hansop.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

hanssop 1 m. (potsenmaker), , vergel. Fr. Jean Potage, voorts ons hansworst (z.d.w.), Hgd. Hanswurst en Eng. Jack Pudding.

hanssop 2 m. (kleedingstuk), + Oostfri. hansup: overdrachtelijke toepassing van hans(s)op 1 Vergel. Oostfri. synon. hansman, Mnl. hanneken, Kil. id., Chaucer hanselyn.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

sjop, zn.: hansop. Door aferesis uit hansjop ‘hansop’.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

hansop

C.H.Ph. Meijer (1919), Woorden en uitdrukkingen verklaard door Dr. C. H. Ph. Meijer, Amsterdam

Hansop, hanssop, eigenlijk hetzelfde als hansworst, nml. uit hans en sop of soep, evenals in ’t fra. jean potage, hgd. Hanswurst. Om het wijde gewaad, dat de hansworst soms droeg (men denke aan het tegenwoordige clowncostuum uit één stuk) kreeg het nachtgewaad uit één stuk voor kinderen dien naam, zooals omgekeerd de naam paljas voor den persoon ontleend werd aan het kleedingstuk (zie ald.). Eigenaardig is de uitspraak hanssjop; een derg. verwisseling van s en sj vinden we ook in souwen — sjouwen, sorrensjorren. Zoo hoorde ik een Z.-Holl.-eilander zeggen pasjop! voor pas op! Zoo hoort men ook bij ’t volk sjent en sjerre voor cent en serre.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

hansop ‘wijd kledingstuk, m.n. als nachtkleding’ -> Indonesisch hansop ‘wijd kledingstuk met korte mouwen en pijpen voor jongens en meisjes’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

hansop wijd kledingstuk, m.n. als nachtkleding 1725 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal