Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

haft - (insect)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

haft2* [insect] {1635} afgeleid van hechten1, ouder heften; het dier hecht zich vast aan wat het het eerst tegenkomt.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

haft 2 znw. o. ‘eendagsvlieg’ o., eerst nnl., zo genoemd, omdat dit insect zich aan het eerste voorwerp hecht, waarmee het in aanraking komt. — Zie: hechten.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

haft II (eendagsvlieg) znw. o. Nnl. Zoo genoemd omdat dit insect zich aan ’t eerste ’t beste voorwerp hecht. Ook nhd. en nnd.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

haft* insect 1635 [WNT haft II]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal