Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

guts - (beitel met holle bek)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

guts1 [beitel met holle bek] {ca. 1600, vgl. gouge, goege [met ijzer beslagen stok] 1468-1497} < frans gouge, middeleeuws latijn gu(l)bia [beitel], uit het kelt., vgl. oudiers gulban [prikkel, tenen mandje], welsh gylfin [snavel]; verder verwant met grieks glaphein [uithollen], sloveens globati [idem].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

guts znw. v. ‘holle beitel van timmerlieden’ sedert c. 1600 (Plantijn) bekend < fra. gouge < vulg. lat. gŭbia < lat. gulbia, dat zelf weer uit het Gallisch herkomstig is (vgl. oiers gulban ‘snavel’). — > nnd. gütse, güdse, güsse.

De vorm goezie ‘dopbeitel van de klompenmakers’ (Clinge, Heinkenszand en Steenbergen) herinnert nog duidelijk aan het fra. woord.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

guts (holle beitel van timmerlui), sedert ± 1600. Uit fr. gouge “id.” (< lat. gŭbia “id.”), dat reeds mnl. als goegie, gouge v. “met ijzer beslagen stok” ontleend was. Evenzoo Kil. goedsie, goedse “falx, securis, gaesa, culter venatorius”. Uit het Ndl. ndd. gütse, güdse, güsse “guts”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

guts v., uit Fr. gouge, van Mlat. gubiam (-a), welks oorspr. onbek.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

goedzie, zn.: grote timmermansboor (Maasen). Br. goes, goedzie, Vl. goeze ‘holbeitel, guts’. De betekenis is dus blijkbaar op een ander gereedschap overgedragen. Uit Fr. gouge < Lat. gubia.

goetsj, zn.: gulp (water). Zoals Ndl. gutsen, uit intensivum bij gieten.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

goes 1, goedzie, goezje, goesj, zn.: holbeitel, guts. Ook Vlaams goeze. Fr. gouge < Lat. gubia.

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

goezie, hoezie, guzze, huzze zn. v.: holbeitel, guts. Fr. gouge < Lat. gubia.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

goeze (L, W), goes, goezie (B, Nieuw-Namen, W), goerze (G), goersie (Beveren-W), guzze (ZV), zn. v.: holbeitel, guts. Fr. gouge < Lat. gubia. Goerze/goersie vertonen epenthetische r. Samenst. goezeschaaf (Denderwindeke) 'holschaaf'.

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

goedzie guts (Kempen, West-Vlaanderen). Evenals guts « fra. gouge « laatlat. gubia ‘holle beitel’. Vgl. voor de klank fra. loge met uit ouder Frans ontleend nl. loods, welk loge zelf ontleend is aan een heterofoon van hgd. laube ‘prieel’.
De Bont 1958, 215, EW 158, WNT V 1311-1312.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

goerze 2 (WVD), gorze (WVD: Passen-dale), zn. v.: holbeitel, guts. Var. van goeze 2, met hypercorrecte r.

goeze 2 (DB, WVD), zn. v.: guts, holbeitel. Fr. gouge < volkslat. gubia.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

guts ‘beitel met holle bek’ ->? Papiaments eshi ‘beitel met holle bek’; Sranantongo gosi ‘beitel met holle bek’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

guts beitel met holle bek 1600 [Toll.] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal