Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

gulzig - (vraatzuchtig)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

gulzig bn. ‘vraatzuchtig’
Mnl. in de afleiding gulsicheit, in teerst proefdine in gulsecheden ‘als eerste beproefde hij (de duivel) hem (Jezus) op het gebied van gulzigheid’ [1285; CG II, Rijmb.], van drinken warense gulsech sere ‘ze dronken zeer gulzig’ [1315-35; MNW-R], gulsich ‘vraatzuchtig’ [1477; Teuth.]. Ook zonder achtervoegsel, in guls van etene ‘vraatzuchtig’ [1287; CG II, Nat.Bl.D], niet ghuls alleene metten monde ende metter kele, maer oec mettien ogen [1300-25; MNW-R].
Afgeleid met het achervoegsel → -ig van het Middelnederlandse bn. g(h)uls, met dezelfde betekenis, dat van omstreden herkomst is. FvW en NEW betwijfelen dat guls een vervorming is van Laatlatijn gulōsus ‘gulzig’, afgeleid met het achtervoegsel -ōsus ‘vol van’ van gula ‘keel, strot; vraatzucht’, verwant met → keel; dat geldt dan ook voor de veronderstelling van EDale, namelijk ontlening aan een Oudfrans golos ‘gulzigaard’; vergelijk in Godefroy Oudfrans golosance ‘verlangen, begeerte’, golosant ‘belust’, goloser ‘vurig begeren’ en goloseté ‘gulzigheid’, uit Laatlatijn gulōs-, of afgeleid van Oudfrans gola [10e eeuw; Rey goule], een oudere vorm van Frans gueule ‘keel, strot’, afgeleid van Laatlatijn gula. (Secundaire) invloed van christelijk Latijn is echter niet onwaarschijnlijk, daar gula ‘vraatzucht’ een van de zeven hoofdzonden is. NEW oppert nog een niet onmogelijk verband met → geul, gezien ook het Middelnederduitse woord giel dat ‘keel’ betekent.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

gulzig [gretig] {gulsich 1285} < oudfrans golos [gulzigaard], van gole [keel, strot] < latijn gula [idem]; de vorm gulsich is wel afgeleid van guls, dat ook als zn. werd gebruikt, maar invloed van latijn gulosus [vraatziek], van gula + -osus [vol van], is mogelijk.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

gulzig bnw., mnl. gulsich, afgeleid van mnl. guls ‘gulzig’, ook mnd. gulsich ‘gulzig’. — Het op een zo klein gebied voorkomende woord is onverklaard; een afleiding uit lat. gulosus ‘gulzig’ is weinig waarschijnlijk.

Verband met de groep van geul is niet onmogelijk, vooral als men vergelijkt mhd. giel ‘keel’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

gulzig bnw., mnl. gulsich. Van mnl. guls (ghuls) “gulzig”. Ook mnd. gulsich “gulzig”. Men ziet hierin een vervorming van lat. gulôsus “gulzig”. Wsch. echter is ’t geen ontleend woord, hoewel de oorsprong onbekend is.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

gulzig bijv., Mnl. gulsich, dial. Eng. gulsoch: van Mnl. guls = vratig + Mndd. id.: oorspr. onbek.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

gulsig b.nw.
1. Wat onmatig eet en drink, vraatsugtig. 2. Verlangend om iets te besit, begerig.
Uit Ndl. gulzig (Mnl. gulsich in bet. 1, 1659 in bet. 2), 'n afleiding met -ig van 'n verouderde b.nw. guls 'gulsig' wat ook as s.nw. gebruik is. Naas Mnl. gulsich is verdere afleidings gulsheit en gulsenaer.
Mnl. gulsich van Oudfrans golos 'gulsigaard' van golos 'keel, strot', met Oudfrans golos van Latyn gula 'keel, strot'.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

gulzig (van Oudfrans golos)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

gulzig ‘gretig’ -> Negerhollands glos ‘vraatzuchtig, inhalig, begerig’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

gulzig gretig 1285 [CG Rijmb.] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal