Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

gulp - (dikke straal)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

gulp 2 zn. ‘dikke straal, slok’
Vnnl. golpe ‘draaikolk’ (met de aantekening “verouderd”) [1588; Kil.], golp, galp ‘golf, straal’ in den rouw die uw' misgunstigheit uyt myn' onnoosel' ogen met golpen heeft geperst ‘het verdriet dat uw vijandigheid met stromen uit mijn onschuldige ogen heeft doen vloeien’ [1623; WNT], ook figuurlijk, van ongelukken die iemand overvallen, in met een groote galp ‘met een grote golf’ [ca. 1670; WNT]; nnl. gulp, golp ‘kloeke teug’ [1717; WNT], een gulp waters ‘zoveel water als men in een keer uitbraakt’ [1727; WNT]. Heel misschien al mnl. in de toenaam van Willem gulp [1293-94; CG I, 44]; het woord is verder in het mnl. niet aangetroffen.
De herkomst is zeer onduidelijk. Volgens FvW mogelijk van een oude basis *gelp- en dan verwant met → golf 1. Ook NEW zoekt verband met golf en golven met naast betekenissen die ‘water, golfslag’ betreffen, ook een betekenis ‘lawaai’, die gevonden wordt in mnl. galpen ‘schreeuwen’; er is een Oudnoordse vorm die beide betekenissen verenigt, gjalfr ‘lawaai; hevige golfslag, zee’. Synonieme Engelse vormen uit dezelfde periode, met l-metathese, zijn globbe, glop, gloff en gloup (alle nu verdwenen), die gelijkenis vertonen met Oudzweeds glup ‘keel’ en glupsk ‘gulzig’; van die laatste vormen wordt aangenomen dat ze bij → gleuf, dialectisch glop ‘nauwe steeg’ en → gluipen horen; er zou dan sprake zijn van een grondbetekenis ‘stroom door een nauwe opening’. Het is niet duidelijk of er verband bestaat met de plaatsnaam Gulpen (Limburg NL), ouder Golepe [1161; Künzel], aan de Gulp < *gulja-apa ‘geul-rivier’, een bijrivier van de Geul. Omdat de vormen in alle verwante talen vrij jong zijn, acht EDale ook klanknabootsing mogelijk.
Nfri. gjalp ‘slok’, Oost-Fries gulp; ne. gulp ‘forse slok’; nde. gylp, gulp ‘slok’. Daarnaast het werkwoord ne. gulp ‘slikken, zich verslikken door gulzig drinken’; Ost-Fries gulpen ‘slikken’; nzw. dial. gylpa ‘braken’. Verwant met mnl. galpen ‘schreeuwen’ (nog West-Vlaams galpen ‘id.’) zijn: os. galpon ‘luid roepen, pralen’; mhd. gelfen ‘schreeuwen, brullen’; daarnaast het zn. on. gjalfr ‘lawaai; hevige golfslag, zee’.
Engels to gulp ‘gulzig slikken’ [15e eeuw; BDE] en ‘zich daardoor verslikken’ [16e eeuw; BDE], zou ontleend zijn aan het klanknabootsende mnl. gulpen; dat wordt echter niet zo vroeg aangetroffen.
gulpen ww. ‘uitbraken, zwelgen’. Vnnl. golpen, gulpen aanvankelijk vooral gebruikt voor het innemen van drank, in het bijzonder ‘zich dronken drinken’ [1546; Claes 1994a] evenals golpen dat staat voor Latijn vinum ingurgitare ‘wijn zwelgen’ [1573; Thes.]. Ook de Latijnse vertaling ingurgitare voor golpen bij Kiliaan 1574 kan de betekenis ‘wijn zuipen’ hebben. De betekenis ‘braken’ lijkt pas van later tijd [1661; WNT]. Afleiding van het zn.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

gulp1* [dikke straal] {golpe 1588, gulp 1727} fries gjalp [gulp], engels gulp [slok], deens gylp, gulp [slok], vermoedelijk behorend bij golf1, maar daar alle vormen jong zijn is klanknabootsende vorming niet uitgesloten.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

gulp 1 znw. v. ‘brede golf of straal; teug’, eerst bij Kiliaen golpe (vetus) ‘gurges, vorago’, oostfri. gulp, fri. gjalp, ne. gulp ‘slok’, nde. gylp, gulp ‘slok’. Daarnaast het ww. gulpen, oostfri. gulpen, fri. gjalpe, gjealpje, ne. gulp, nde. gylpe, gulpe ‘oprispen, braken’, zw. dial. gylpa ‘braken’. — > ne. gulp ‘slikken, zich verslikken door gulzig drinken’ (sedert de 15de eeuw, vgl. Bense 134).

Door deze bet. loopt een andere, die misschien de oorspronkelijke is: ‘schreeuwen, brullen’ vgl. os. galpon ‘luid roepen, pralen’, mnl. galpen ‘schreeuwen’, naast oe. gielpan ‘pralen’, mhd. gelphen, gelfen ‘schreeuwen, brullen’, waarmee men verbindt lit. gul̃bas, gul̃bis, opr. gulbis ‘zwaan’. — Het on. gjalpa ‘pralen’ is moeilijk te scheiden van gjalfr ‘lawaai; hevige golvenslag, zee’, dat met golf samenhangt. Het is dan wellicht het klaterende geluid van de brede waterstraal, die de overdracht van betekenis heeft veroorzaakt.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

gulp I (breede golf of straal, teug). Kil. “golpe. vetus. Gurges, vorago”. Naast Kil. golpen, gulpen “gulzig opdrinken, inslikken”, nndl. gulpen “id., in breede stroomen vloeien”. In gelijke bet. oostfri. gulp en gulpen (ook “oprispen”), fri. gjalp “gulp”, gjalp(j)e, gjealpje “gulpen, stroomen”, eng. gulp “slok”, to gulp “inslokken”, de. gylp, gulp “slok”, gylpe, gulpe “oprispen, slikken”, zw. dial. gylpa “braken”. Deze woorden kunnen van een oude basis komen, identisch met de bij golf besproken basis ʒelp-: zeer onzeker. In ieder geval is ’t meerendeel van de vormen jong.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

gulp 1 v. (slok), + Ndd., Eng. en De. id.: onomat. verwant met gelpen.

gulp 2 v. (watergolf), hetz. w. als gulp 1; vergel. golf 1.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

galp, zn.: gulp, slok. Var. van Ndl. gulp.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

gulp ‘dikke straal’ -> Fries gulp ‘dikke straal’; Engels gulp ‘grote slok; (geluid van) verstikking’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

gulp* dikke straal 1588 [Claes]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal