Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

gourmet - (fijnproever)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

gourmet zn. ‘fijnproever’
Nnl. gourmet ‘wijnkenner, wijnproever’ [1847; Kramers], ‘kenner’, in een geoefende gourmet ‘een geoefend fijnproever, iemand met een fijne smaak’ [1888; Groene Amsterdammer], ‘fijnproever’ Van Laars Restaurant is het Eldorado van den gourmet [1889; Groene Amsterdammer].
Ontleend aan Frans gourmet ‘fijnproever, smulpaap’ [16e eeuw; DEAF], dat met metathese is ontstaan uit Oudfrans gromet ‘bediende in de huishouding’ [14e eeuw; DEAF], vrijwel zeker een afleiding met verkleinwoordachtervoegsel bij een niet als zodanig geattesteerd Oudfrans *grom, dat dan ontleend is aan Oudnoords grómr ‘man’ of Middelengels grome ‘jongen, knecht’ (Nieuwengels groom), dat wrsch. een afleiding is van de Germaanse wortel van → groeien. De betekenisontwikkeling in het Frans is onduidelijk. Het woord komt in de oudste vindplaatsen veelal voor in een context met wijn, zodat men wel een tussenstap ‘wijn(voor)proever’ aanneemt. Wrsch. is de betekenis mede beïnvloed door het woord gourmand ‘gulzigaard’, zie → gourmand.
gourmet- in de samenstelling nnl. gourmetstel ‘komfoortje met spiritusbranders ... waarop men aan tafel ... bakt’ [1986; Koenen]. Specifiek Nederlands gebruik van het zn. gourmet, waarvan de oorspr. betekenis in het NN inmiddels geheel op de achtergrond is geraakt. Hierbij ook: ♦ gourmetten ww. ‘tafelen m.b.v. een gourmetstel’. Nnl. gourmetten ‘bakken aan tafel met een gourmetstel’ [1986; Koenen]. Afleiding van het eerste lid in gourmetstel.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

gourmet [fijnproever] {1865} < frans gourmet < oudfrans gro(u)met, gourmet [dienaar, page, hulp van een wijnhandelaar], in betekenis beïnvloed door gourmand, etymologie onduidelijk (vgl. groom).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

gourmet s.nw.
Fynproewer van kos en drank.
Uit Fr. gourmet (13de eeu) of Ndl. gourmet (1865) of Eng. gourmet (1820).
D. Gourmet (19de eeu).

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

gourmet (Frans gourmet)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

gourmet fijnproever 1865 [KVW] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal