Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

globe - (wereldbol)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

globe zn. ‘wereldbol’
Vnnl. soowel de celeste als terrestre Globe of Cloot ‘zowel de hemel- als aardglobe of -bol’ [1588; WNT Supp. arithmetisch], belust om winst de Gloob met moeyt beseylen ‘belust op winst moeizaam de aardbol bezeilen’ [1612; WNT tochtig].
Ontleend aan Frans globe ‘wereld, globe’ [1552; TLF], eerder algemener ‘bol’ [na 1350; Rey], een geleerde ontlening aan Latijn globus ‘bol, compacte massa’, waarvan de verdere herkomst niet duidelijk is; misschien is er verwantschap met → clip 1.
Het is niet wrsch. dat het Nederlands globe direct aan het Latijn heeft ontleend, omdat dan de uitgang -us van Latijn globus bewaard had kunnen worden, zoals in Hoogduits Globus. De eenlettergrepige uitspraak gloob die uit oude attestaties blijkt, wijst eveneens op een Franse bron. Ook Engels globe ‘wereldbol’ [1551; Rey] is ontleend aan Frans globe.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

globe [wereldbol] {1612} < frans globe < latijn globus [bol, kogel, massa, cirkel].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

globe znw. v., sedert de 17de eeuw < lat. globus ‘bol’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

globe znw., sedert de 17. eeuw. Uit lat. globus “bol”.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

globe. — † globaal I bnw., laat-nnl. uit fr. global.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

gloob, zn.: stolp. Fr. globe ‘bol, stolp’ < Lat. globus ‘bol’.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

globe (D, P, R), zn. v.: glazen stolp. Als dim. globje (I), globeke (R) ook (vero.) ‘limonade’. Fr. globe, o.m. ‘stolp’ < Lat. globus. De afgeleide bet. ‘limonade’ naar de bolle vorm van limonadeglas of -fles.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

globe (Frans globe)

P.H. van Laer (1964), Vreemde woorden in de sterrenkunde, 2e druk, Groningen

Globe (< Lat. globus = bol). Aard- of hemelbol.

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

Globe (< Lat. globus = bol).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

globe wereldbol 1588 [De Jonge I, 166, 178] <Frans of Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal