Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

gewiekst - (slim, sluw)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

gewiekst bn. ‘slim, sluw’
Nnl. gewikst ‘slim’ in Wij hebben toch een' duivelsch knappen meester. Die vent is gewikst [1847; WNT], in de 20e eeuw meestal gewiekst, bijv. gewiekste handelaren ‘sluwe handelaren’ [1908; Groene Amsterdammer].
Ontleend aan Duits gewichst ‘id.’ [19e eeuw; Pfeifer], een specifieke betekenis van het verl.deelw. van wichsen ‘poetsen’ [17e eeuw; Pfeifer]; die betekenis is vergelijkbaar met in het Nederlands bijv. glad en geslepen. Hoogduits wichsen ‘poetsen’, eerder al ‘met was bestrijken’ [15e eeuw; Pfeifer] is een tot de standaardtaal doorgedrongen klankvariant van verouderd wächsen ‘id.’ < pgm. *wahs-jan-, een regelmatige afleiding van het zn. *wahs-, zie → was 1.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

gewiekst [bijdehand] {gewi(e)kst 1898} verl. deelw. van dial. wieksen [boenwassen] < hoogduits wichsen [boenen, poetsen], van Wichse [boenwas]; vgl. voor de betekenis het bn. glad.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

gewiekst bnw. ook gewikst is het deelw. van het dial. wieksen, wiksen ‘met was inwrijven, poetsen’ < nhd. wichsen (afl. van wachs, waarvoor zie: was 1). Eenzelfde bet. ontw. vertonen uitdr. als glad en nhd. gerieben.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

[Aanvullingen en Verbeteringen] gewi(e)kst bnw. Deelw. van dial. wi(e)ksen “met was wrijven, poetsen” (o.a. N.Brab.; elders “afranselen”), dit uit hd. wichsen “id.” (van wachs = was). Voor de bet. vgl. hd. gerieben, ndl. een gladde vent enz.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

gewiekst bijv., uit Hgd. gewichst, v.d. van wichsen = met was wrijven of gladstrijken, denom. van wachs = was.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

gewiks: – (soms) gewieks – , “geslepe, uitgeslape”; Ndl. gewikst/ gewiekst, eint. verl. dw. v. dial. wi(e)ksen, “met was invrywe”, uit Hd. wichsen, verb. m. ondersk. Ndl. was en Hd. wachs; in sommige Ndl. dial., soos in Afr., ook as ww. in bet. “afransel”, v. wiks; vgl. egter ook Kloe (HGA 25, 27).

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

gewiekst (Duits gewichst)

C.H.Ph. Meijer (1919), Woorden en uitdrukkingen verklaard door Dr. C. H. Ph. Meijer, Amsterdam

Gewikst, gewiekst, glad, slim; verl. deelw. van een ww. wiksen, ontleend aan ’t hgd. wichsen, met was inwrijven, poetsen, ook overdr. = afrossen. In dial. ook verschillende beteekenissen, die alle aangeven een uitmunten in iets, ook lichamelijk sterk zijn, en ook ongunstig = slim, sluw. Men zou kunnen denken aan een begripsovergang als in geslepen, beschaafd; ’t is ook mogelijk, dat uit de bet. afgerost die kwam van: door alles heen, waartoe zou kunnen dienen als voorbeeld gestreeld, dial. = gewikst, terwijl streelen bij Kil. = afrossen. Men zou dan ook doortrapt kunnen bijbrengen, nu = door en door gemeen, bij Vondel = slim (Gijsbrecht vs. 843). De uitspraak gewiekst zou doen denken aan een nieuw overnemen uit het Duitsch, of althans aan invloed van het Duitsch op den Holl. vorm.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

gewiekst bijdehand 1898 [GVD]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal