Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

gewaarworden - (bemerken)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

gewaarworden ww. ‘bemerken’
Mnl. gheware werden ‘bemerken’ in alsijs wart gheware ende alsijt dvleschs voer har sach staen ‘toen zij het bemerkte en toen zij het vlees voor zich zag staan’ [1265-70; CG II, Lut.K], dat si gheware worden, dat si onser bede te bat hebben ‘dat zij merkten dat zij baat hebben bij ons verzoek’ [1294; CG I, 2154].
Vaste verbinding met → worden bij het bn. gheware ‘opmerkzaam, oplettend’, een bn. dat al in het Middelnederlands vrijwel uitsluitend in deze combinatie voorkomt, soms ook met het werkwoord zijn: dat hi wieke ende ghewaer ware ‘dat hij zou waken en oplettend zijn’ [1285; CG II, Rijmb.]; daarnaast in een woordenlijst al geware ‘oplettend (Latijn cautus)’ [1240; Bern.]. Gheware is gevormd met het versterkende voorvoegsel → ge- (sub g) bij mnl. ware ‘oplettend’, zoals in ende als die coninginne ware werd ‘en toen de koningin bemerkte’ [1300-50; MNW-R].
Os. giwar (wërthan) (mnd. gewār); ohd. giwar (werdan) (nhd. gewahr); oe. gewær (weorðan) (ne. aware); < pgm. *ga-wara-. Zonder voorvoegsel pgm. *wara- ‘oplettend, behoedzaam’, waaruit: os. war; oe. wær (ne. wary); on. varr (nzw. varre); got. wars. Zie → waarnemen voor de verdere etymologie. Voor een afgeleid werkwoord pgm. *warōn- zie → bewaren. Voor een opmerkelijk jonge vorming zie → ontwaren.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

gewaarworden* [bespeuren] {geware werden [opmerken] 1236} waarin middelnederlands geware de zwakke vorm is van gewar [opmerkzaam], oudsaksisch giwar werthan, oudhoogduits giwar werdan, oudengels (ge)wær weorðan (vgl. waarschuwen).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

gewaarworden ww., mnl. ghewāre werden, waarin ghewāre de zwakke vorm is van bnw. ghewar ‘opmerkend, opmerkzaam’, vgl. os. giwar, giwaro werthan, ohd. giwar werdan, oe. gewær weorðan. — Zie verder: waarnemen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

gewaarworden ww., mnl. ghewāre werden. Ghewāre is de zwakke vorm van ’t bnw. ghewar “opmerkend, opmerkzaam”. Ook in de verbogen sterke naamvallen moest klankwettig een ā ontstaan (vgl. bar). Reeds ohd. komt giwar wërdan (nhd. gewahr werden) voor, ook os. giwar of giwaro wërthan, ags. gewær weorðan. Zie verder waarnemen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

gewaar bijv., Mnl. gheware, Os. giwar + Ohd. id. (Mhd. en Nhd. gewar), Eng. aware: van bijv.nw. *waar + Ags. wær, On. varr, Go. wars = zorgvuldig: z. waarnemen.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Gewaarworden, ’t Eerste lid bet. in ’t Oudgerm.: lettende op iets, iets bespeurende. Gewaarworden bet. dus oorspr.: lettende worden op iets; en verder: iets zien, iets hooren, iets voelen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

gewaarworden ‘bespeuren’ -> Duits dialect † gewarworden ‘bespeuren’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

gewaarworden* bespeuren 1236 [CG I1, 28]

Overige werken

Julius Pokorny (1959), Indogermanisches Etymologisches Wörterbuch, Bern.

u̯er-8 ‘gewahren, achtgeben’, u̯oró-s ‘aufmerksam’, u̯orā ‘Aufmerksamkeit’

Gr. nur ϝορ-, mit spiritus asper ὁρ-: hom. ἐπὶ ὄρονται ‘sie beaufsichtigen’, ὅρει· ψυλάσσει Hes., u̯orós in ἐπίουρος (für ἐπίορος nach οὖρος) ‘ἔφορος, Aufseher’, φρουρός ‘Wächter’ (*προ-ὁρός), φρουρά̄ ‘Schutz’, οὖρος ‘Wächter’ (aus Kompositis abstrahiert), dor. τῑμά̄ορος, att. τῑμωρός ‘Ehrenwächter, Retter’ (ϝόρος = germ. wara- s. u.), ὁράω (ἑώρων, ἑόρᾱκα) ‘sehe’ (Denominativ eines auch in φρουρά̄ steckenden *ϝορά̄ = ahd. as. wara, ags. waru ‘Aufmerksamkeit’) äol. freilich ὄρημι, ähnlich wie lat. verēri; dehnstufig att. ὤρα, ion. ὤρη ‘Hut, Sorge’ hom. οὐδενός-ωρος, οὐδενὸς ὤραν ἔχων ‘nichtsnutzig’, ὀλιγωρέω ‘vernachlässige’ von *ὀλιγωρός ‘ὀλίγην ὤραν ἔχων’, allenfalls θυρωρός, πυλωρός ‘Tür-, Torhüter’ (eher wegen hom. πυλεωρός an θυρη-, πυλη-ορός, entsprechend dem τῑμωρός); ὠρεύειν ‘cavere’; βωροί· ὀφθαλμοί Hes. Suid.
lat. vereor, -ērī, -itus sum ‘verehren, fürchten’; zur Form vgl. gr. äol. (ϝ)ὄρημι ‘sehe’;
air. (a)ir ‘passend, richtig’: cymr. cywair ds. (*kom-u̯eri̯os);
germ.: u̯orós in got. war(s) ‘behutsam’, aisl. varr ‘behutsam, vorsichtig, scheu’, ags. wær ‘gewahr, aufmerksam, vorsichtig, behutsam’, as. war ‘vorsichtig, auf der Hut’, ahd. giwar ‘aufmerksam, vorsichtig’ = (ϝόρος); ū̆orā in got. warai ‘Behutsamkeit, List’, mhd. wer (ahd. *warī) ‘Vorsicht’; ags. waru, as. ahd. wara ‘Aufmerksamkeit, Obhut’, wara nëman ‘wahrnehmen’, aisl. vara f. ‘Handelsware, Zahlungsmittel’, ags. waru, spätmhd. war, nhd. Ware; ahd. bewarōnbewahren’, as. warōn ‘beobachten, wahren, behüten’, ags. warian ‘bewahren, hüten’, aisl. vara ‘aufmerksam machen, wahren, vermuten’, refl. ‘sich hüten’; *u̯ortos (*u̯ordhos) in got. daúrawards ‘Torwart’, ahd. wart ‘Wächter, Wärter, Hüter’, warto, got. wardja ds., as. wardōn ‘auf der Hut sein, behüten’, ahd.wartēn ‘achten, spähen, wahrnehmen, warten, erwarten’, warta ‘Beobachtung usw.’, nhd. Warte u. dgl.; *u̯orn- in ahd. furiwarna ‘Vorbereitung’ (ags. wearn f. ‘Widerstand, Verweigerung, Vorwurf’, nhd. warnen usw. durch Einmischung von Angehörigen von *warjan wehren usw.’, und Wz. *u̯er- ‘verschließen’);
lett. véru, vērt ‘schauen, bemerken’ (meist reflexiv vērties), vērība ‘Aufmerksamkeit’;
toch. A wär-, В wär-sk- ‘riechen’.

WP. I 284 f.

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal