Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

getal - ((voorstelling in cijfers van een) hoeveelheid, aantal)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

getal 1 zn. ‘(voorstelling in cijfers van een) hoeveelheid, aantal’
Mnl. getal ‘aantal, nummer, berekening’ [1240; Bern.], har getal dat was gelakt ‘hun aantal was verminderd’ [1265-70; CG II, Lut.K], dusent bi ghetale ‘duizend in getal, precies duizend’ [1285; CG II, Rijmb.], also vele alse en getal dat heft ses dusentech ses hondert sesse ende sestech ‘net zoveel als een getal dat 6666 is’ [1315-35; MNW-P]; vnnl. ‘voorstelling in cijfers van een aantal’ in oneven getal [1661; WNT voor II].
Afleiding met het collectiefvoorvoegsel → ge- (sub c) van het zn.tal ‘aantal, hoeveelheid’, letterlijk dus ‘het gehele aantal’. Zie ook → getal 2.
Os. gital ‘getal, reeks’; oe. getæl ‘getal, stam, afdeling, register’.

getal 2 zn. ‘enkel- of meervoud’
Vnnl. g(h)etal ‘enkel- of meervoud’ in de namen hebben twee ghetalen ... het eenvuldigh ghetal sprekende van een dingh alleene ... het menichvuldich ghetal, sprekende van twee oft van vele dinghen [1571; Heyns], enkel ghetal ... veel-voudigh ghetal of meervoud [1584; Twe-spraack].
Hetzelfde woord als → getal 1. Als grammaticale term is getal een leenvertaling van de Latijnse term numerus (zie → nummer) in diezelfde betekenis.
In vrijwel alle moderne talen verschijnt een soortgelijke toegevoegde grammaticale betekenis bij het algemene woord voor ‘getal’. De taalkundige onderverdeling in enkel- en meervoud is eveneens vertalenderwijs tot stand gekomen, zie → enkelvoud en → meervoud. In sommige talen verschijnt ook een tweevoud of dualis.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

getal* [cijfer, aantal] {1201-1250; als grammaticale term 1576} van tal [getal], dat verwant is met taal en tellen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

getal znw. o., mnl. ghetal o. ‘getal, aantal’, os. gital ‘getal, serie’, fri. tal ‘getal’, oe. getæl o. ‘getal, stam, register’, waarnaast ook tal (vgl. zonder tal), mnl. tal o. ‘getal, telling’, os. tal (in gēr-tal ‘jaarkring’), oe. tæl ‘getal, reeks’, on. tal o. ‘woorden, gesprek, taal, getal, berekening’. — Zie verder: taal.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

getal znw. o., mnl. ghetal o. (gen. ghetāles). = os. gital o. “getal, serie”, fri. tal o. “getal”, ags. getæl o. “id., stam, afdeeling, register”. Vgl. ndl. (al mnl.) tal o. “getal” (in samenst. en in zonder tal), os. tal o. (in gêr-tal “jaarkring”), ags. tæl o. “getal, serie”, on. tal o. “woorden, gesprek, taal, getal, berekening”. Zie verder taal.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

getal o., Mnl. ghetal, Os. gital, versterking van tal.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

getal’ (het, -len), (ook:) kroonjaar, leeftijd van een rond aantal jaren (5, 10, 15 enz.). Dan staan ze ’s ochtends voor de deur en dan zingen ze voor me, ‘lange libi [S, leven] en gezondheid, dat die Eendracht wense joe’, dat is met je getal, en als je lunsroem hebt, je wordt 50, 55, en zo door, dan komt er bazuinkoor*, ze staan om de hoek, en ineens komen ze tevoorschijn en ze spelen voor je (A. Resida volgens Van Westerloo & D. 21). - Zie ook: bigi jari*, jubileum*.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

getal (heel --) (vert. van Latijn numerus totus of Duits ganze Zahl); (zonder --) (vert. van Frans sans nombre)

K. van Dalen-Oskam & M. Mooijaart (2005), Nieuw bijbels lexicon: woorden en uitdrukkingen uit de bijbel in het Nederlands van nu, uitgebreid met De Nieuwe Bijbelvertaling, Amsterdam

Het getal van het beest, het getal 666, verbonden aan het beest, de antichrist, uit de Openbaringen; algemener: het op ondergang en onheil wijzend getal, het ongeluksgetal 666.

Het ongeluksgetal bij uitstek, het getal van het beest, wordt genoemd in Openbaring 13:18, in een raadselachtige uitspraak: 'Hier komt het aan op wijsheid. Laat ieder die inzicht heeft het getal van het beest ontcijferen; er wordt een mens mee aangeduid. Het getal is zeshonderdzesenzestig' (NBV). Deze woorden volgen op een beschrijving van het beest, een demonische macht, de antichrist, dat volgens de visioenen van Johannes zal opstaan uit de aarde en de mensen aan zich zal onderwerpen (zie ook Beest). Kerkvaders en middeleeuwse exegeten, tot aan hervormde theologen en computerhaters die menen aan te kunnen tonen dat het getal in deze helse rekenmachine verborgen is, in alle tijden is gepoogd door vernuftige berekeningen via allerlei sleutels het raadsel te ontsluieren. Enkele verklaringen voor het getal zijn: het verwijst naar keizer Nero, door de getalswaarde van de Griekse letters, naar de paus, door de getalswaarde van de Romeinse cijfers in een van zijn titels, of, in onze eeuw, naar Hitler, door de getalswaarde van Romeinse letters die zijn naam vormen.
Hoewel minder prominent dan het getal 13, speelt 666 als ongeluksgetal soms nog een rol, bijvoorbeeld bij het toekennen van kentekens van auto's.

Leuvense Bijbel (1548), Openbaring 13:18. Wie verstant heeft, die rekene tghetal der beesten. (Statenvertaling (1637): het ghetal des Beests.)
En de man die anders / haastig lopend / eenzaam en luidkeels // spreekt van het Beest en het Getal, / hij staat nu om de // tien meter stil / en dempt zijn / verdwaalde stem. (H. Andreus, Verzamelde gedichten, 1983 (Een wandelaar, 1970), p. 730)
[Bij het meten van een gestrande walvis] vreesden de toeschouwers iets vreselijks, namelijk het getal dat het getal van het beest is, en hoewel ze geen van allen konden lezen, waren er die meenden het getal te zien [in het zand geschreven]. Zeshonderdzesenzestig. (P.F. Thomése, Zuidland, 1990, p. 38)
'Sommige mensen weigeren ook bepaalde letter-of cijfercombinaties', vertelt Vandereydt. 'Een paar weken geleden hadden we PKK, een kenteken dat je beter niet aan een Turk geeft. 666, het nummer van het beest, wordt wel eens geweigerd om religieuze redenen en niemand rijdt graag rond met KUT op de nummerplaat.' (De Standaard, dec. 1995)

W. de Vreese (1899), Gallicismen in het Zuidnederlandsch, Gent

getal (I) (in getal). - Waar deze uitdrukking gebruikt wordt in den zin van in grooten getale, in groote hoeveelheid, is zij een gallicisme, gevolgd naar fr. en nombre. || Ik herinner mij nog, dat wij een prachtig huis bewoonden ... Wij hadden slaven en dienaars in getal, CONSC. 2, 236b.

getal (II) (in getal zijn). - In de verslagen over de vergaderingen van het parlement, leest men zeer vaak de kamer is niet meer in getal. Dit is eene vertaling naar fr. la chambre n’est plus en nombre. De bewuste uitdrukking is echter met ons taalgebruik in strijd: in getal kan men niet gebruiken in den zin van en nombre. De bedoeling is: de leden der Kamer zijn niet meer in voldoend aantal aanwezig, met andere woorden: de Kamer is niet meer voltallig.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

getal ‘cijfer, aantal’ -> Frans dialect † (vendre par) ghitalle ‘maat voor vissen (120)’; Negerhollands getaal, getal ‘cijfer, aantal’; Sranantongo getal ‘leeftijd van 10, 20, 30 e.d.’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

getal* cijfer, aantal 1240 [Bern.]

getal* als grammaticale term: enkel- of meervoud 1576 [Ruijs]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal