Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

geleden - (voorbij, in het verleden)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

geleden bn. ‘voorbij, in het verleden’
Mnl. eerst uitsluitend in de vorm leden, zoals in hets leden .xlv. jaer dat God dat seide ‘het is 45 jaar geleden dat God dat zei’ [1285; CG II, Rijmb.], maar al vroeg ook de huidige vorm: hij wiste dattet zes jaren gheleden waer ‘hij wist dat het 6 jaar geleden was’ [1361-1425; MNW hoge].
Oorspr. het verl.deelw. van → lijden in de Middelnederlandse betekenis ‘voorbijgaan (ook van tijd)’ zoals die nog te herkennen is in o.a.overlijden ‘overgaan (naar andere wereld)’, → jongstleden en → verleden. Letterlijk betekent geleden dus ‘voorbijgegaan’; het wordt gezegd van wat vroeger heeft plaatsgehad, altijd met een tijdsbepaling die aangeeft hoeveel tijd verstreken is.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

geleden. Verl. deelw. van mnl (ghe)lîden “voorbijgaan”. Zie lijden.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

geleden , bijv.: z. lijden.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

geleie (bijw.) geleden; Nuinederlands gheleden <1361-1425>.

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

leen 2, leeën, volt. dw.: geleden. Algemeen in de BN-dialecten, maar deze taalhistorisch correcte vorm wordt nog zelden gehoord. Leen door ­d-syncope uit leden, Mnl. volt. dw. van lijden ‘gaan’. Het perfectieve ge-­voorvoegsel bleef in het Mnl. weg bij een al perfectief werkwoord. Le(d)en betekent dus ‘voorbijgegaan’. Vmnl. 1236 alse de tit van der provinghen leden es, Gent (VMW), 1283 van ledenen tide ‘over de voorbije tijd’, Rijkhoven (VMW); 1566 tes leeden ontrendt een half jaar, 1795 een jaer of drye leen, Gent (LC).

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

leden, leen, lee, volt. dw.: geleden. Ook Vaams. Leen door ­d-syncope uit leden, Mnl. volt. dw. van lijden ‘gaan’. Het perfectieve ge-­voorvoegsel bleef in het Mnl. weg bij een al perfectief werkwoord. Le(d)en betekent dus ‘voorbijgegaan’. Vmnl. 1236 alse de tit van der provinghen leden es, Gent (VMW), 1566 tes leeden ontrendt een half jaar, 1795 een jaer of drye leen, Gent (LC).

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

leen 2 (G, L, W, ZO), volt. dw.: geleden. Ook Wvl. Door ­d-syncope uit leden, Mnl. volt. dw. van lijden 'gaan'. Het perfectieve ge-­voorvoegsel bleef in het Mnl. weg bij een al perfectief werkwoord. Le(d)en betekent dus 'voorbijgegaan'. Vmnl. 1236 alse de tit van der provinghen leden es, Gent (VMW), 1566 tes leeden ontrendt een half jaar, 1795 een jaer of drye leen, Gent (LC).

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

leen 2, volt. dw.: geleden. Door d-syncope uit leden, oud volt. dw. van lijden ‘gaan’. Het perfectieve ge-voorvoegsel bleef in het Mnl. weg bij een al perfectief werkwoord. Le(d)en betekent dus ‘voorbijgegaan’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal