Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

geding - (proces, rechtzaak)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

geding zn. ‘proces, rechtzaak’
Mnl. men motene ghebieden in ghedinge ‘men moet hem oproepen bij de rechtbank’ [1237; CG I, 32], gedinge ‘rechtszitting; schatting, overeenkomst’ [1240; Bern.], van din gedinge ‘van dat geschil, dat verschil van mening’ [1265-70; CG II, Lut.K], sonder gedinge ‘zonder twist, in alle vrede’ [1340-60; MNW-R]; nnl. de uitgever bracht het commercieele element in het geding ‘de uitgever zorgde dat er ook een commercieel element was’ [1946; WNT Aanv. commercieel], ... brengen de laatste (bezwaren) de betrouwbaarheid van het zinkstuk in het geding ‘stellen ... ter discussie, zaaien twijfel over ...’ [1957; WNT Aanv. betrouwbaar], dat zij steeds waakzaam zal zijn, waar het niveau van de sociologie-beoefening in het geding is ‘als ... aan de orde is, als het gaat om ...’ [1962; WNT Aanv. concretiseeren].
Afleiding van mnl. dinc in de betekenis ‘rechtszaak’, zie → ding, of het mnl. werkwoord dinghen ‘een rechtszitting houden’, zie → dingen, met het voorvoegsel → ge- (sub b en d).
Os. githingi ‘voorspraak, bemiddeling’, ohd. gidingi ‘geding, overeenkomst’ (nhd. Gedinge ‘het afdingen’; oe. gethinge ‘overleg, overeenkomst, lot’.
De uitdrukking in het geding zijn, letterlijk ‘voor het gerecht gebracht worden’, heeft een overdrachtelijke betekenis ‘aan de orde zijn, ter discussie staan’ gekregen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

geding* [rechtszaak] {gedinge, gedinc [rechtsgeding, verdrag] 1237} van ge- + ding, in het middelnl. ‘gerecht, gerechtszaak’.

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

geding

Tegenwoordig is heel bekend de rechtsterm kort geding voor: proces dat voor de arrondissementsrechtbank in spoedeisende gevallen wordt gevoerd en waarbij de procedure verkort wordt. Het woord geding is het zelfstandige naamwoord bij het werkwoord dingen met het voorvoegsel ge- dat hier een herhaling uitdrukt. Dit werkwoord dingen is zelf weer een afleiding bij ding: zaak, voorwerp, dat in de Germaanse rechtspraak eigenlijk betekende: de vergadering van vrije mannen en vandaar: rechtbank. De termen Storting en Folketing waarmee men in Noorwegen en Denemarken het parlement betitelt, betekenen: grote vergadering en: volksvergadering. Dingen is dus: rechtspreken en ook: pleiten, onderhandelen, loven en bieden.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

geding znw. o., mnl. ghedinghe o. ‘geding, overeenkomst, lawaai’, os. githingi o. ‘voorspraak, bemiddeling’, ohd. gidingi o. ‘geding, overeenkomst, voorspraak’, oe. geðinge o. ‘bijeenkomst, overeenkomst’. — Zie: ding en dingen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

geding znw. o., mnl. ghedinghe o. “geding, overeenkomst, lawaai”. = ohd. gidingi o. “geding, overeenkomst, voorwaarde”, os. githingi o. “voorspraak, bemiddeling”, ags. geðinge o. “concilium, overeenkomst, lot”. Bij dingen, ding.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

geding o., Mnl. ghedinghe, afgel. van dingen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

geding ‘rechtszaak’ -> Fries geding ‘rechtszaak’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

geding* rechtszaak 1237 [CG I1, 32]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal