Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

gedierte - (dieren)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

gedierte zn. ‘dieren’
Mnl. alle viervoete ghedierte ‘alle viervoetige dieren’ [1399; MNW-P], ghedierte ‘dieren’ [1461; MNW], wolven ende ander ghedierten (mv.) ‘wolven en andere dieren’ [1480; MNW-P]; vnnl. wat si doen connen teghen wilde ghedierte ‘wat zij doen kunnen tegen wilde dieren’ [midden 16e eeuw; MNW]; ghedierte ‘diersoort’ in omschrijvingen als hyaena ... een wreet ghedierte dat selfs leert spreken [1562; Kil.].
Collectiefafleiding van → dier met → ge-te.
Mhd. getierze (nhd. Getier).
In de huidige spreektaal heeft gedierte meestal een negatieve connotatie: gedierte is wild, dus gevaarlijk, gedierte is een grote onoverzichtelijke menigte dieren, het verspreidt misschien wel ziektes, etc.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

gedierte s.nw.
1. Gesamentlike diere. 2. Enkele, afgryslike dier. 3. Lelike, aaklige mens; monster.
Uit Ndl. gedierte (al Mnl. in bet. 1 en 2, 1655 in bet. 3), 'n afleiding met ge-, wat oorspr. kollektiewe krag gehad het, en -te van dier.
Vgl. gevoëlte, gevogelte.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal