Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

gebieden - (heersen; bevelen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

gebieden ww. ‘heersen; bevelen’
Onl. gebuit, got, crefti thinro ‘gebied, o God, uw macht’ [10e eeuw; W.Ps.], (t)hu gebiudest mir ‘gij schrijft mij voor’ [ca. 1100; Will.]; mnl. gebieden ‘bevelen, voorschrijven’ [1240; Bern.], daarnaast ‘bekend maken, afkondigen, oproepen’ in de scoutete moet gebieden ‘de schout moet afkondigen’ [1253; CG I, 45], men gheboot in corten daghen al dat wapene mochte draghen ‘men riep op korte termijn ieder op die wapens kon dragen’ [1300-25; MNW-R], ghebieden ... te cope ‘bekendmaken dat (iets) te koop is, te koop aanbieden’ [midden 14e eeuw; MNW], en onovergankelijk ‘heersen’ in wi willen keyserlike ghebieden over al onse rike ‘wij willen keizerlijk heersen over heel ons rijk’ [1300-25; MNW-R].
Afleiding van het werkwoord → bieden, dat in het Middelnederlands ook de betekenis ‘bevelen’ heeft, met het versterkende voorvoegsel → ge- (sub f).
Os. gibiodan ‘bevelen’, ohd. gibiotan ‘bevelen, heersen’ (nhd. gebieten ‘bevelen, eisen’); oe. gebēodan ‘bevelen’.
gebod zn. ‘bevel, het bevolene’. Onl. gebot godes ‘het gebod van God’ [10e eeuw; W.Ps.], nah sinemo gebode ‘naar zijn voorschrift’ [ca. 1100; Will.]; mnl. dore heerscaps ghebot ‘bij oproep van de heer’ [1283-84; CG I, 752], sconinx ghebot ‘het bevel van de koning’ [1285; CG II, Rijmb.], ghebot ‘bekendmaking, gebod, aanbod, macht, gebied’. Ablautend gevormd bij de wortel van gebieden. Ook os. gibod, ohd. gibot (nhd. Gebot), oe. gebod, ofri. (land)-ebod ‘landgebied’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

gebieden* [(als heerser) bevelen] {oudnederlands gebiedan 901-1000, middelnederlands gebieden [afkondigen, verordenen, bevelen geven, heersen]} is een samenstelling van bieden.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

gebieden ww., alg.-wgerm.: sedert de ohd.-onfr.-os.-ags. periode.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

gebeeje (ww.) gebieden; Aajdnederlands gebiudan <901-1000>.

Thematische woordenboeken

W. de Vreese (1899), Gallicismen in het Zuidnederlandsch, Gent

[verkeerd gebruik van een voorzetsel o.i.v. het Frans]
gebieden. - Wanneer gebieden synoniem is met heerschen, wordt het evenals dit geconstrueerd met een oorzakelijke bepaling met over. Maar zijn aequivalent commander heeft altijd à bij zich, vandaar dat op de volgende plaats gebieden aan - staat. || Ook wensch ik, dat zij, die aan hunne medemenschen zullen gebieden, zich den tijd herinneren, waarop allen te zamen speelden, wanneer allen gelijk waren, SEGERS, Vondel1 11.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

gebieden* (als heerser) bevelen 0901-1000 [WPs]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal