Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

fronsen - (voorhoofd in rimpels trekken)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

fronsen ww. ‘voorhoofd in rimpels trekken’
Mnl. fronsen ‘rimpelen, plooien’, in eenen marterenpels ghefronst te maken ‘plooien in een marterpels te maken’ [1343-44; MNW]; vnnl. fronssen, frontsen ‘rimpelen, plooien’ [1574; Kil.]. Als frequentatief kwam ook fronselen voor, bijv.: 't fronslen van mijn vel ‘het verrimpelen van mijn huid’ [1611; WNT fronselen].
Ontleend aan Frans froncer ‘rimpelen’, uit ouder froncier ‘rimpelen’, afgeleid van fronce ‘rimpel’ [beide eind 11e eeuw; Rey]. Fronce is ontwikkeld uit Frankisch *hrunkja- ‘rimpel’. Frankisch (< pgm.) *hr- levert in het Frans regelmatig fr-, zoals ook bijv. in → frak.
Verwant in de Germaanse talen zijn: mnl. ronke ‘rimpel’; mhd. runke ‘id.’; on. hrukka ‘id.’ (nzw. rynka ‘rimpel’), hrøkkva ‘kroezelen’; < pgm. *hrenkwa-, *hrunk(w)a-. Daarnaast de afleiding ohd. runza ‘rimpel’ (nhd. Runzel) < pgm. *hrunkita-. Hieraan wrsch. ontleend mnl. runce ‘rimpel’ [1240; Bern.], nog vnnl. ronse, runse, runtse, runtsele ‘rimpel, plooi’ [1599; Kil.].
Het woord heeft dus niets te maken met Latijn frons ‘voorhoofd’. Hooguit kan door volksetymologische invloed de betekenisvernauwing van ‘rimpelen’ in het algemeen tot ‘het voorhoofd doen rimpelen’ zijn gestimuleerd.
frons zn. ‘rimpel’. Vnnl. fronse ‘id.’ in voerhoeft ... vol fronssen ‘voorhoofd vol rimpels’ [1501; MNW-P]. Ontleend aan Frans fronce ‘rimpel’ of afgeleid van het werkwoord fronsen. Terwijl Frans fronce, vroeger zowel ‘rimpel (in de huid)’ als ‘plooi (in een stof)’, nu alleen laatstgenoemde betekenis heeft, deed het Nederlands het omgekeerde. In sommige BN dialecten komt het woord nog voor in de Franse betekenis ‘plooi in een stof’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

fronsen [tot rimpels samentrekken] {1343-1344 in de betekenis ‘vouwen, plooien, rimpelen’} < oudfrans froncir, froncer [idem], uit het germ.: middelhoogduits runke, oudnoors hrukka [rimpel] voor de overgang hr > fr vgl. frak.

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

fronsen

Het eigenaardige van het werkwoord fronsen is, dat de betekenis aanvankelijk zeer beperkt was, zich daarna heeft verwijd en vervolgens weer verengd. Het woord is via het Frans ontleend aan het Latijn. In die taal betekent ’t woord frons: voorhoofd. De oorspronkelijke betekenis van fronsen is dus: het voorhoofd rimpelen. In later tijd gaat men het woord ook bezigen voor het leggen van plooien in stoffen. Men sprak dus van een gefronst manshemd (overhemd) en van een gefronste muts of kap. Dit gebruik is thans niet meer bekend en wij zijn dus teruggekeerd tot de oude toestand waarin fronsen onverbrekelijk verbonden was met de woorden voorhoofd en wenkbrauwen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

fronsen ww., mnl. fronsen ‘vouwen, plooien’ < ofra. froncir < ofrank. *hrunkjan ‘rimpelen’, reeds in Reichenauer Glossen hrunkiatura ‘rimpel’ en vgl. nog mhd. runke ‘rimpel’ en on. hrukka ‘rimpel’ (AEW 262).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

fronsen ww., mnl. fronsen “vouwen, plooien” (niet speciaal van ʼt voorhoofd gebruikt). Uit ofr. froncier (fr. froncer) “plooien, rimpelen” dat wellicht van een germ. variant van rimpel met anlautende w komt, maar dat gew. van vulgairlat. *frontiâre (van lat. frons “voorhoofd”) wordt afgeleid.

[Aanvullingen en Verbeteringen] fronsen. Voor ’t fr. ww. is eer van du.-ndl. *hrunkia uit te gaan: vgl. hrunkiatura “rimpel” in de Reichenauer glossen. Minder wsch. is van ohd. *hrunza uitgegaan.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

fronsen. Het fr. ww. wordt beter op een germ. (frankisch) *hrunkia- ‘rimpel’ herleid: vgl. hrunkiatura ‘rimpel’ in de Reichenauer Glossen. (Zie al v.Wijk Aanv.).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

fronsen ‘tot rimpels samentrekken (van voorhoofd)’ -> Sranantongo fronsu ‘tot rimpels samentrekken (van voorhoofd)’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

fronsen tot rimpels samentrekken (van voorhoofd) 1619 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal