Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

frisbee - (werpschijf)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

frisbee zn. ‘werpschijf’
Nnl. frisbee [1971; WNT Aanv.].
Ontleend aan Amerikaans-Engels frisbee ‘id.’ [1957; OED], een eponiem, genoemd naar de familienaam Frisbie, die teruggaat op een middeleeuwse plaatsnaam in Leicestershire, Groot-Brittannië.
De naam frisbee werd in 1957 door speelgoedfabrikant Rich Knerr gegeven aan een stuk speelgoed dat in die vorm toen al lang bestond. Het voor het plezier overgooien van metalen en papieren schotels, deksels e.d. heeft ongetwijfeld een lange geschiedenis, maar de eerste plastic werpschijf werd in 1948 bedacht en ontwikkeld door Warren Franscioni en Fred Morrison, twee Amerikaanse oorlogsveteranen. Inspelend op de vliegendeschotelhype in die periode noemden zij hem Flyin' Saucer. Hun succes duurde slechts enkele jaren. Morrison begon opnieuw, verbeterde het model, gaf het de naam Pluto Platter en ging in 1955 in zee met Wham-O, de Californische speelgoedfabriek van Knerr. Tijdens een promotietour langs universiteitscampussen aan de Amerikaanse oostkust ontdekte Knerr een al jaren oud gebruik van het over en weer werpen van metalen taartschotels, waarbij elke worp ter waarschuwing vergezeld ging van een uitroep Frisbie! Dat was de naam van de in die blikken geschreven naam Frisbie's pies, die afkomstig waren van het familiebedrijf Frisbie Pie Company (1871-1958) in Bridgeport, Connecticut. Meerdere universiteitscampussen claimden later de eerste geweest te zijn waar werd ge-Frisbie-d, maar de eer wordt meestal toegeschreven aan die van Yale. Knerr vond frisbie een geschikte nieuwe naam voor zijn product, maar verkoos de homofone spelling frisbee, wrsch. om problemen met de familie Frisbie te vermijden.
Lit.: E.D. Stancil & M.D. Johnson (1975), New Frisbee, a Practitioner's Manual and Definitive Treatise, New York

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

frisbee [werpschijf] {na 1950} < engels frisbee, naar de Amerikaan William Russel Frisbie, die in 1871 de Frisbie Bakery oprichtte.

Thematische woordenboeken

E. Sanders (1993), Eponiemenwoordenboek: Woorden die teruggaan op historische personen, Amsterdam

frisbee, plastic werpschijf
De herkomst van het woord frisbee is vrij nauwkeurig bekend. Er zijn een paar kleine variaties in deze woordgeschiedenis, maar over de grote lijnen is men het eens.
De frisbee is zo genoemd naar William Rüssel Frisbie, die in 1871 in Bridgeport (Connecticut) de Frisbie Bakery oprichtte. Frisbie verpakte zijn ‘take-away pies’ in lichte ronde bakblikken met een opstaande rand en met op de bodem zijn naam: Frisbie’s pies. Studenten van de nabijgelegen Yale-universiteit wierpen elkaar de lege bodems toe en zoals houthakkers timber! roepen, riepen zij daarbij als waarschuwing: Frisbie!
Grauls (1991) vermeldt tevens de theorie dat de studenten de deksels van Frisbie-koekjestrommels als werpschijf gebruikten. In 1957 bracht Wham-O Manufacturing Company uit San Gabriel (Californie) de eerste plastic frisbee op de markt. Het bedrijf had de rechten gekocht van Fred Morrison, een bouwkundig inspecteur uit Los Angeles. Het officiële patent werd op 26 mei 1959 verleend. Morrison had de werpschijf gemodelleerd naar de bakblikken van de Frisbie Bakery. Hij had de spelling gewijzigd om juridische problemen te voorkomen. Een jaar daarvoor, in 1958, was de bakkerij van wijlen William Rüssel Frisbie op de fles gegaan.

L. Koenen, R. Smits (1992), Peptalk, De Engelse woordenschat van het Nederlands

frisbee [frisbie:] ronde kunststof plaat met omgefelsde rand, ongeveer zo groot als een pannedeksel, die, wanneer draaiend weggeworpen, zeer goede luchtzeileigenschappen heeft. Populair strandspeelgoed, maar voor een groepje fijnproevers ook een heuse sport. Ding dankt zijn naam aan bakker William Russel Frisbie, die vanaf 1871 zijn meeneemtaarten verpakte in van zijn naam voorziene bakblikken met de vorm van een frisbee, de ludieke mogelijkheden daarvan werden door Harvard-studenten ontdekt. De eerste speciaal vervaardigde frisbee werd in 1957 op de markt gebracht.

Dateringen of neologismen

F. Bakker, E. van Ruijsendaal, P. Uljé, D. van Zijderveld, Vindpunt.nl – elektronisch doorzoekbare Woordenlijst Overbodig Engels met Nederlandse tegenhangers, uitgebreide en verbeterde voortzetting van de boekuitgaven Funshoppen in het Nederlands (2009) en Op-en-Top Nederlands (2015)

frisbee zn. Ontleend aan het Engels.
[alg.] = zwarrel. Onze hond hebben we geleerd vliegende zwarrels met de bek te vangen.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

frisbee werpschijf 1971 [Aanv WNT] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal