Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

formica - (bepaalde zeer harde kunststof); (van deze stof vervaardigd)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

formica zn. ‘bepaalde zeer harde kunststof’; bn. ‘van deze stof vervaardigd’
Nnl. Formica ‘merknaam voor laminaten van fenol- en aminoharsen’ [1962; WNT Aanv.], ook als bn., bijv. een formica tafelblad [1974; Koenen].
Ontleend aan Amerikaans-Engels Formica ‘id.’.
In 1913 patenteerden de Amerikanen Daniel O'Conor en Herbert Faber een nieuw elektrisch isolatiemateriaal onder de naam Formica en richtten een gelijknamig bedrijf op om het te produceren. Voor elektrische isolatie werd in die tijd gewoonlijk → mica gebruikt. Het nieuwe materiaal, sterker en lichter, moest daarvoor in de plaats komen, vandaar de naam for mica ‘voor mica’. In het Engels valt de klemtoon in formica nog steeds op de tweede lettergreep /mai/). Het was een gelamineerd (meerlagig) materiaal, en die eigenschap heeft het gemeen met de latere producten van hetzelfde bedrijf: in 1927 begon men met het ontwikkelen en produceren van decoratieve duurzame laminaten voor gebruik in horecameubilair en keukenaanrechtbladen. Het is door deze toepassing dat de merknaam wereldwijde bekendheid kreeg en (in elk geval in de Nederlandse gesproken taal) tot soortnaam is geworden. Met het Latijn formica ‘mier’ heeft dit woord dus niets te maken.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

formica [harde kunststof] {na 1950} handelsmerk, fantasievorming, vermoedelijk zo genoemd omdat het aanzicht deed denken aan wriemelende mieren (vgl. formiaat).

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

formica (Engels for mica of Latijn formica)

L. Koenen, R. Smits (1992), Peptalk, De Engelse woordenschat van het Nederlands

formica [*fohmaajkaa] kunststof plaatmateriaal, veel toegepast om zijn uitstekende weerstand tegen hitte en chemicaliën (keukens!). Uitgevonden in 1913 door twee Amerikaanse geleerden: Herb Faber en Dan O’Connor, als substituut voor (= ‘for’) mica. Een vaak gehoord verhaal is dat de naam is afgeleid van ‘formic acid’, mierezuur. Dat is hoogst onwaarschijnlijk, aangezien aan de fabricage van formica geen mierezuur te pas komt.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

formica ‘harde kunststof’ -> Indonesisch formika ‘harde kunststof’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

formica harde kunststof 1962 [Aanv WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal