Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

fjord - (smalle inham in de rotskust van Noorwegen en Groenland)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

fjord zn. ‘smalle inham in de rotskust van Noorwegen en Groenland’
Vnnl. fioert ‘id.’ in 't eylant Funen voor de fioert van Odensoe (wrsch. oe = /ö/, naar de toenmalige uitspraak in de brontaal) [1659; WNT Aanv.]; nnl. grote fjorden [1878; WNT Aanv.]. Al eerder verschijnt met deze betekenis de vorm voort, in: In deze Voort comen veel Walvissen [1592; Piebenga 1958].
Ontleend aan Noors fjord ‘id.’, ontwikkeld uit Oudnoords fiörðr < pgm. *ferþu-, ablautend verwant met het werkwoord → varen 2.
Andere Scandinavische vormen: Zweeds fjord, fjärd, Deens fjord, IJslands fjörður. Ontleend zijn, net als in het Nederlands, o.a.: Engels fiord [1674; OED] en Duits Fjord [begin 19e eeuw; Pfeifer], beide ‘fjord’. Oudere ontleningen zijn o.a.: Engels firth [ca. 1425; OED] en Duits Förde, beide ‘zeearm, estuarium’. Ablautend (met nultrap) verwant is → voorde ‘doorwaadbare plaats’ < pgm. *furþu-.
Lit.: J. Piebenga (1958), Bergtoppen in de oceaan. Land en volk van de Faer-oër, Hilversum

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

fjord [inham] {1863} < noors fjord, oudnoors fjǫrðr, verwant met voorde (met andere ablautbasis).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

fjord s.nw.
Smal, diep inham in 'n rotsagtige kus.
Uit Ndl. fjord (1659) of Eng. fjord (1674).
Ndl. fjord en Eng. fjord uit Noors fiord 'inham' uit Oudnoors fjörðr 'seearm'.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

fjord: veral Skand. “seearm”; via Ndl. fjord of Eng. fiord/fjord uit De.-N. fjord, hou verb. m. Eng. firth/frith.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

fjord (Deens/Noors fjord)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

fjord ‘inham’ -> Indonesisch fyord ‘inham’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

fjord inham 1659 [Aanv WNT] <Noors

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal