Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

fitness - (training d.m.v. lichaamsbeweging)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

fit 1 bn. ‘in goede conditie’
Nnl. fit ‘klaar (van paarden voor de wedren)’ [1896; Kramers II], fit “(sporttaal) krachtig genoeg om mede te rennen (van paarden)” [1912; Kramers], hij was nu het meest fit van allen ‘in de beste lichaamsconditie’ [1930; WNT Aanv.], wanneer je je nog niet helemaal fit voelt ‘nog niet helemaal gezond, fris’ [1935; WNT Aanv.].
Ontleend aan Engels fit ‘in goede lichamelijke conditie’ [1869; OED], een specifieke betekenis die is ontwikkeld uit ‘passend, geschikt’ [14e eeuw], zie verder bij → fitten.
Aanvankelijk gebruikt voor paarden die gereed waren voor een race, later ook voor sporters; ten slotte is het een algemene term geworden voor ‘gezond, fris, in goede conditie’.
fitness zn. ‘verzorging van lichaamsconditie’. Nnl. eerst in samenstellingen fitness- ‘met betrekking tot het verkrijgen van een goede lichamelijke conditie’, bijv. fitnessrage, fitnesscentrum, fitnesstraining [1983; Reinsma 1984], pas later verkort tot enkelvoudig woord fitness, met betekenis ‘fitnesstraining’ [1992; van Dale]. Ontleend aan Engels fitness in samenstellingen (fitness training etc.). Als enkelvoudig woord komt het in het Engels alleen voor in de betekenis ‘fitheid, goede lichaamsconditie’.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

fitness (Engels fitness)
fitness- (Engels fitness)

L. Koenen, R. Smits (1992), Peptalk, De Engelse woordenschat van het Nederlands

fitness [fitnus] {geschiktheid, gezond zijn} verzamelnaam voor allerhande activiteiten die gericht zijn op het ontwikkelen van de spieren en het verbeteren van de conditie van het lichaam: haltertraining, ‘gezond’ eten, aerobics, trimmen, joggen enz.

Dateringen of neologismen

F. Bakker, E. van Ruijsendaal, P. Uljé, D. van Zijderveld, Vindpunt.nl – elektronisch doorzoekbare Woordenlijst Overbodig Engels met Nederlandse tegenhangers, uitgebreide en verbeterde voortzetting van de boekuitgaven Funshoppen in het Nederlands (2009) en Op-en-Top Nederlands (2015)

fitness zn. Ontleend aan het Engels.
= fitheid, conditietraining.

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

aids [ziekte, ‘acquired immune deficiency syndrome’] (1983). Riemer Reinsma vermeldt in zijn Neologismen. Nieuwe woorden in de Nederlandse taal uit 1984 voor 1983 de nieuwe woorden aids, fitness, graffiti, implementeren, mensjaar en talkshow.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

fitness training d.m.v. lichaamsbeweging 1983 [R84] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal