Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

finale - (slotdeel van muziekstuk; beslissingswedstrijd)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

finale zn. ‘slotdeel van muziekstuk; beslissingswedstrijd’
Vnnl. t' finaal weten ‘de afloop weten (van een zaak)’ [1573; WNT]; nnl. finale ‘laatste deel van muziekstuk’ [1840; WNT], ‘afloop’ [1861; WNT], final ‘beslissingswedstrijd’ [1897; Koenen], finále ‘sportbeslissingswedstrijd’ [1910; Kramers II].
Het Vroegnieuwnederlandse zn. finaal ‘afloop’ is een substantivering van het gelijkvormige bn.finaal uit Laatlatijn fīnālis ‘betreffende het einde, het einde vormend’; de uitdrukking het finaal weten is later onder volksetymologische invloed van → fijn zowel in vorm als betekenis overgegaan in het fijne (ervan) weten. De huidige vorm finale met de muzikale betekenis is later ontleend aan Italiaans finale ‘slotdeel van een muziekstuk’ [1724; BDE].
Als sportterm is het woord opnieuw ontleend, ditmaal aan het Franse finale ‘eindstrijd’ [1895; Rey]. Deze Italiaanse en Franse woorden zijn zelf ook substantiveringen van de respectieve bn. die op Laatlatijn fīnālis teruggaan. Dat woord is een afleiding van klassiek Latijn fīnis ‘einde, grens’, dat van onduidelijke verdere herkomst is.
Finale ‘eindstrijd, beslissingswedstrijd’ (drielettergrepig als gevolg van spellinguitspraak) verving het eerdere final, dat inclusief de uitspraak was ontleend aan het Engels, dat deze betekenis vanaf 1880 (OED) heeft.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

finale [slotstuk van meerdelig instrumentaal muziekstuk, eindstrijd in sport] {1847 als muziekterm; als sportterm na 1950} < frans finale < italiaans finale van fine [einde] < latijn finis [einde].

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† finale znw., laat-nnl. uit it. finale.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

2finaal s.nw. (sport)
Eindstryd.
Leenbetekenis van Eng. final (1880). Ndl. finaal (vgl. 1finaal) tree slegs as 'n b.nw. en bw. in die bet. 'volkome, definitief' op, terwyl Ndl. finale (1897) die s.nw. is wat in die bet. 'eindstryd' optree. In Eng. het final ook die bet. 'eindstryd'. Baie sportterme en bet. van sportterme in Afr. is aan Eng. ontleen.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

finale ‘slotstuk van meerdelig instrumentaal muziekstuk’ (Italiaans finale)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

finale ‘eindstrijd in sport’ -> Indonesisch final ‘eindstrijd in sport’; Minangkabaus pinal ‘eindstrijd in sport’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

finale slotstuk van meerdelig instrumentaal muziekstuk 1847 [KKU] <Italiaans

finale eindstrijd in sport 1914 [GVD] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal