Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

facelift - (cosmetische ingreep ter verjonging van het gelaat)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

facelift zn. ‘cosmetische ingreep ter verjonging van het gelaat’
Nnl. face-lift ‘cosmetische ingreep’ en ook overdrachtelijk ‘opknapbeurt (bijv. van gebouwen, instellingen e.d.)’ [1974; Koenen]. Eerder al face-lifting ‘het uitvoeren van een cosmetische ingreep ter verjonging van het gelaat’ [1937; WNT Aanv.]; Koenen 1974 heeft als ingang face-lifting, maar geeft daarbij aan “ook face-lift”.
Ontleend aan Engels face-lift in de cosmetische betekenis [1934; OED], ook overdrachtelijk [1939; OED], een terugvorming uit ouder face-lifting (process) [1922; OED], gevormd uit face ‘gezicht’, dat zich via het Oudfrans en het vulgair Latijn heeft ontwikkeld uit klassiek Latijn faciēs ‘gedaante, vorm, gezicht’, zie → facie. Het tweede lid is de werkwoordsstam lift ‘opheffen’, zie → lift 1. Het woord was eerder al ontleend in de vorm face-lifting, die pas in de 2e helft van de 20e eeuw plaatsmaakte voor de kortere vorm.
Oorspr. wordt bij een facelift-operatie een bij de oren liggend stukje huid verwijderd en worden de zich daaronder bevindende wangen omhooggetrokken, vandaar het gebruik van het woord lift. Later duidde facelift ook allerhande andere cosmetische ingrepen aan die het gezicht er jonger doen uitzien. De afleiding faceliften ‘een facelift uitvoeren’ [1982; Volkskrant] wordt ook wel verkort tot liften zoals in nu alle vrouwen al alles op plastisch gebied hebben laten liften en oppompen [1992; Parool].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

facelift [het optrekken van gezichtshuid] {1975} < engels face-lift, van face [gezicht] + to lift [optillen].

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

face-lift (Engels face-lift)

L. Koenen, R. Smits (1992), Peptalk, De Engelse woordenschat van het Nederlands

facelift [feeslift] {gezichthijs } operatie, vooral populair bij rijke oudere dames en ook wel heren, waarbij de te ruim geworden en gerimpelde gezichtshuid weer wordt strak getrokken, zodat in zekere mate weer een jeugdig koppie wordt verkregen.

Dateringen of neologismen

F. Bakker, E. van Ruijsendaal, P. Uljé, D. van Zijderveld, Vindpunt.nl – elektronisch doorzoekbare Woordenlijst Overbodig Engels met Nederlandse tegenhangers, uitgebreide en verbeterde voortzetting van de boekuitgaven Funshoppen in het Nederlands (2009) en Op-en-Top Nederlands (2015)

facelift zn. Ontleend aan het Engels.
[alg.] = opknapbeurt, opfrisbeurt, imagoverbetering, vernieuwing. Na de opknapbeurt trekt het winkelcentrum veel meer bezoekers.
[alg.] = inlichtingenbalie, informatiebalie, infobalie. Zie jij waar onze trein vertrekt? Nee, ik vraag het even bij de informatiebalie.
[alg.] = bedrijfsvoering, productiebeheer. De bedrijfsvoering is de eerste kostenfactor waar men naar kijkt als er te weinig dividend voor de aandeelhouder is.

facelift, een ~ krijgen ww. Ontleend aan het Engels.
= opgekalefaterd worden, in een nieuw jasje gestoken worden, een verjonging(skuur) ondergaan.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

facelift het optrekken van gezichtshuid 1937 [Aanv WNT] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal