Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

eunuch - (gecastreerde harembewaker)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

eunuch zn. ‘gecastreerde harembewaker’
Mnl. een enuchus [ca. 1320; CSSN]; vnnl. eunuchs (genitief) [1662; WNT Aanv.]; nnl. eunuque [1824; Weiland], eunuque, eunuch, eunuk [1872; Dale].
Ontleend aan Latijn eunūchus (de vormen met /k/ via Frans eunuque ‘eunuch’ [1274; Rey]) < Grieks eunoũkhos ‘kamerheer, bedbewaker’, samengesteld uit eunḗ ‘bed’ en *-ókhos ‘houder, drager’ bij het werkwoord ékhein ‘houden’, zie → schema, → zege.
De taak van de eunuch was niet altijd beperkt tot het bewaken van vrouwen in een polygame gemeenschap; dikwijls had hij een aanzienlijke invloed op politiek gebied in het hof van zijn heerser. Omdat de eunuch geen nakomelingen kon verwekken, bood hij zijn heerser immers geen concurrentie. Het eunuchisme kwam overigens niet alleen in oosterse rijken voor, ook christenen ontmanden zich om voorbeeldig te leven. Doordat het bewaken van vrouwen door een gecastreerde man werd gedaan, is de oorspr. betekenis van ‘harembewaker’ verschoven naar ‘gecastreerde’. Een synoniem is dus nu → castraat.
Lit.: CSSN: C.C. de Bruin (1970-74) Corpus sacrae scripturae Neerlandicae medii aevi, Leiden, p.70

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

eunuch [ontmande (als vrouwenoppasser in harem)] {1615} < latijn eunuchus < grieks eunouchos, van eunè [slaapplaats, omhelzing, bijslaap] + echein [houden, bewaken]; de eunuch is dus oorspronkelijk de bewaker van de vrouwenvertrekken; om de juiste afstamming van kinderen te verzekeren werd de eunuch ontmand.

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

eunuch

Het woord eunuch is samengesteld uit een Grieks zelfstandig naamwoord namelijk eunè dat: bed betekent en een Grieks werkwoord echein: hebben of houden. En toch is een eunuch niet iemand die het bed moet houden, maar iemand aan wie de bewaking van een bed en van haar die er in ligt, veilig kan worden toevertrouwd. Het is een woord uit het oosten waar Islamitische vorsten de bewaking van hun harem opdroegen aan eunuchen, ontmande mannen. Het woord harem is Arabisch, het betekent letterlijk: verboden en duidt zowel het vrouwenverblijf van een aanzienlijke Mohammedaan aan als de vrouwen die er wonen tezamen.

Ook het woord serail wordt wel voor harem gebruikt, maar eigenlijk is het serail het paleis van een Turks vorst.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

eunug: “ontmande harembewaker; kamerling”; via. Ndl. of Eng. eunuch, via Lat. eunuchus uit Gr. eunouχos, “kamerbediende” (uit eunê, “bed” + ouχos, wat verb. hou m. ww. eχein, “hou, onder sorg hê”).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

eunuch ontmande (als vrouwenoppasser in harem) 1615 [WNT vervatten] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal