Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

essentie - (hoofdzaak)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

essentie zn. ‘hoofdzaak’
Vnnl. essentie ‘het wezen’ in Wiens bloet die essentie des Vaders so heeft versoet [1500-50; Mak], een vijfste essentie [1560; WNT veranderen].
Ontleend aan Latijn essentia ‘het wezen van iets’, afleiding van het teg.deelw. van esse ‘zijn’, zie → zijn 1.
Naast essentie bestaat ook het woord kwintessens of quintessens (quinta essentia uit vytriool, ut coperoot met quicsilver [1514; MNW]), uit Frans quintessence [ca. 1265 als quinte essence; Rey], leenvertaling van middeleeuws Latijn quinta essentia ‘de vijfde essentie’, dat weer een leenvertaling is van Grieks pemptèousia. Bij Aristoteles was dit woord synoniem met wat nu → ether wordt genoemd, ofwel het vijfde element, gedestilleerd uit de andere vier elementen water, vuur, aarde en lucht. In de middeleeuwse alchemie begon dit begrip een eigen leven te leiden. Het vijfde, spirituele en volmaakte element werd niet verkregen door gewone alchemistische handelingen maar op spirituele wijze door het ‘filosofisch vuur’. Zo werd de spiritus (‘geest’) of quintessence van een (immaterieel) object verkregen. In de 19e eeuw begint quintessens de algemenere betekenis ‘het voornaamste, hoofdzaak’ te krijgen, om vervolgens, in de tweede helft van de 20e eeuw, deze rol vrijwel geheel aan essentie af te staan. Dat essentie, eerder synoniem met → essence, deze betekenisvernauwing heeft ondergaan, is ongetwijfeld mede het gevolg van het bestaan van het bn. essentieel ‘wezenlijk’.
essentieel bn. ‘wezenlijk’. Vnnl. ‘wezenlijk’ in het principaelste ende essentieelste [1658; WNT]. Ontleend aan Frans essentiel ‘wezenlijk, onmisbaar’ (in de afleiding essentialment [ca. 1200; Rey]).

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

essentie [het wezen] {essencie 1501-1550} < latijn essentia [idem]; dit woord werd - althans volgens Seneca - door Cicero gevormd, en wel op basis van ∗essens (2e nv. essentis), het als zodanig niet-bestaande teg. deelw. van esse [zijn], ter vertaling van grieks ousia [aard, wezen], van einai [zijn] (vgl. essence).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

essentie znw. v. ‘wezen’ < lat. essentia door Cicero gevormd naar gr. ousía ‘wezen’. Volgens de leer der Pythagoreërs was er naast de vier elementen nog een quinta essentia ‘de onzichtbare aether’, waaruit zich de betekenis van ‘uittreksel van alle fijne stoffen of krachten’ ontwikkeld heeft > nnl. quintessens.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

essentie, zn.: drijfmest. Uit Fr. essence < Lat. essentia. De bet. ‘mest’ uit essentie ‘scheikundig bereide stof , waarin een … kracht sterk geconcentrerd is’ (WNT).

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

essensie s.nw.
Fundamentele wese, die wesentlike, kern.
Uit Ndl. essentie (1501 - 1550).
Ndl. essentie uit Latyn essentia uit essens uit essere 'wese'.
Vgl. kwintessens.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

essensie: die fundamentele/wesentlike of kern v. iets; Ndl. essentie uit Lat. essentia, wu. Fr. essence wu. Ndl. en Afr. essens, v. essens. Wat Ndl./Afr. betref, is essens blb. via Fr. aan Lat. ontln., terwyl essentie en essensie direk aan Lat. ontln. is.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

essentie (Latijn essentia)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

essentie ‘het wezen’ -> Indonesisch ésénsi ‘het wezen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

essentie het wezen 1501-1550 [Mak] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal