Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

Elburg - (geografische naam)

Thematische woordenboeken

G. van Berkel & K. Samplonius (2018), Nederlandse plaatsnamen verklaard

Elburg (Elburg, Gl)
1255 Elburg1, 1292 vander elborch2, 1294-1295 opidi Elburg3, 1313 Helborgh4, 1378 ter Elborch5, 1404-1405 die borch ter Elburg6, 1665 Elburgh7, 1830-1855 Elburg8; In El- heeft men de naam van een hoger gelegen stuk grond willen zien, dat in Soerel en Norel te vinden zou zijn, doch dit zijn samenstellingen van zuider en noorder met lo 'licht, open bos' (14e eeuw Soerel, 1418 dat Zuerlo en 14e eeuw Noertlo, 1449 v. Noerle). Een persoonsnaam Elliberga of Elburch9 is evenmin waarschijnlijk. Uitgaande van 1025 kopie 18e eeuw Helberga en latere spellingsvarianten als Helborgh concludeert men -niet overtuigend- een ontwikkeling uit *helberg 'berg in laaggelegen land'10. De vorm Helberga wordt tegenwoordig echter geïdentificeerd met → Helbergen, ten noordoosten van Brummen, maar in de oorkonde worden ook Soeren en Doornspijk genoemd. Verder is el- verbonden met elleboog, hetgeen zou wijzen op een kromming in de kust. Het ontbreken van een -n- in de oude vormen, elle is immers ontstaan uit mnl. elne, vergelijk os. ohd. elina, staat deze etymologie in de weg. Tenslotte heeft men ook aan een niet nader verklaarde prehistorische naam gedacht. Het gebruik van het lidwoord in ter Elborch wijst erop dat men in de naam borch 'burcht' herkende. De stad Elburg kreeg in 1233 stadsrechten. In 1392-1396 werd ten gevolge van voortdurende wateroverlast de stad door Arent toe Boecop landinwaarts verplaatst en herbouwd volgens een vooropgezet plan. Elburg was toen een bloeiende Hanzestad.
Lit. 1NGN 3 (1893) 92, 2Corpus Gysseling I 1757, 3Meihuizen 1953 71, 4Otten 1991 42, 5NAN 1938 2, 6Otten 1991 40, 7krt Blaeu, 8GHAN 3 44, 9NAN 1938 3, 10Otten 1991 42.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal