Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

eisen - (vorderen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

eisen ww. ‘vorderen’
Mnl. eescht (3e pers. ev.) ‘vereist’ [1236; CG I, 24], eisgen ‘vragen, verzoeken, verlangen’ [1240; Bern.].
Os. ēskon ‘verlangen’; ohd. eiscōn ‘verlangen’ (nhd. heischen ‘eisen’ met protetische h- wrsch. onder invloed van nhd. heissen ‘bevelen; heten’); ofri. āskia (nfri. easkje); oe. āscian, ācsian (me. asche, ne. ask ‘vragen’); < pgm. *aiskōn-. In het Noord-Germaans en het Gotisch is het werkwoord verloren gegaan, nde. æske en nzw. äska zijn ontleend aan mnd. eschen. Als afgeleide zn. bestaan verder nog: ohd. eisca ‘vraag’, mnd. eisch ‘vordering, begeerte’, esche ‘sommatie’, oe. aesce ‘vraag, opsporing’.
Verwant met Sanskrit iccháti ‘zoekt’; Avestisch isaiti ‘wenst’; Litouws ieškóti ‘zoeken’; Oudkerkslavisch iskati ‘zoeken’ (Pools iskac, Russisch iskát') ‘zoeken’; bij de wortel < pie. *h2eis-sko- ‘wensen, begeren’ (IEW 16). Verder misschien verwant met Latijn aeruscāre ‘verzoeken’, waarvan de formatie onduidelijk is, misschien < *aisos-sko-.
De oorspr. betekenis ‘wensen’ is in de verschillende talen nog overal terug te vinden. In het Middelnederlands vinden we eisen nog in de betekenis ‘begeren’.
eis zn. ‘vordering’. Mnl. eesch ‘het vereiste’ [1265-70; CG II, Lut.K], eisch ‘verlangen, begeerte’ in der onsuuerheden heesch ‘de zinnelijke begeerte’ [1287; Nat.Bl.D], heesch ‘eis, aanspraak’ [1294; CG I, 2127]. Afleiding van eisen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

eisen* [verlangen] {eesc(h)en, eischen [vragen, eisen] 1201-1250} oudsaksisch ēskon, oudhoogduits eiscon [vragen], oudfries āskia, oudengels āscian [vragen, verlangen] (engels to ask); buiten het germ. latijn aeruscare [bedelen], oudkerkslavisch iskati [zoeken], litouws ieškoti [zoeken].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

eisen ww., mnl. eiscen, êscen (ook hêschen onder invloed van heten), os. ēskon, ohd. eiscōn (naast zelden heiscōn, nhd. heischen), ofri. āskia, oe. āscian (ne. ask) ‘vragen, verlangen’ (in het noordgerm. en got. is het ww niet meer voorhanden). — oi. ēṣati ‘zoekt’, ēṣa- ‘wens, keus’, av. v. ‘wens, voorwerp van de wens’, arm. aiç (< *ais-sḱ ā) ‘onderzoeking’, umbr. eiscurent (wel < *eh-iscurent ‘exegerint’), lat. aeruscare (< *aisus-ḱ ō) ‘verzoeken’ en verder lit. íeskâu ‘zoeken’, lett. iēskât ‘luizen’, osl. iskati ‘zoeken’ (IEW 16).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

eischen ww., mnl. eiscen, êscen (ook hêschen door den invloed van heten) = ohd. eiscôn (zelden reeds heiscôn; nhd. heischen), os. êskon, ofri. âskia, ags. âscian (eng. to ask) “vragen, verlangen”; hierbij ook ’t znw. ohd. eisca v.“vraag”, mnd. êsche v. “sommatie”, ags. æ̂sce v. “vraag, opsporing”. Dit ww. is in ’t Ngerm. en wsch. ook in ’t Got. verloren gegaan; de. æske, zw. äska komen uit het Mnd. Verwant met umbr. eis-curent “poposcerint”, gr. hímeros (*ismeros) “verlangen”, obg. iskati, lit. jëszkóti “zoeken”, oi. iccháti “hij zoekt, verlangt”, éṣati “hij zoekt”, anu-iṣáti “hij zoekt op”, misschien ook lat. aerusco “ik verzoek”; wortel idg. (ax)is-, (ax)isq-.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

eis[ch]en. Over lat. aerusco vgl. nog Meillet BSL. 26, 21.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

heisjen 2, ww.: langs de huizen bedelen. Mnl. eischen, heischen ‘vragen, verzoeken, vorderen, eisen’, Ndl. eisen, Ohd. eiscôn ‘verlangen’, Mhd. eischen, heischen, Os. êskon, Mnd. êschen, Oe. âscian, E. to ask. De h in heischen is te verklaren o.i.v. Mhd. heiʒen (zie heisjen 1). Verwant met lat. aeruscâre ‘gaan bedelen, vragen’, Oudslav. iskati ‘eisen’.

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

heisje langs de huizen bedelen (Valkenburg). = mnl. heischen ‘als eis stellen’ = contaminatie van eischen (= eng. ask) ‘vragen’+ heten (= hgd. heissen) ‘bevelen’.
Dorren 79.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Eischen bet. in de meeste Germ. talen zoeken, vragen (men zoekt iets, en moet er dus naar vragen) van den Skr. wt. is = begeeren, zoeken te verkrijgen. (Vgl. ons verzoeken.)

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

eisen ‘verzoeken’ -> Zweeds äska ‘verzoeken’ (uit Nederlands of Nederduits); Sranantongo eisi ‘verzoeken’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

eisen* verlangen 1240 [Bern.]

Overige werken

Julius Pokorny (1959), Indogermanisches Etymologisches Wörterbuch, Bern.

ais-1 ‘wünschen, begehren, aufsuchen’

Ai. ḗšati ‘sucht’, ēṣ̌á-ḥ m. ‘Wunsch, Wahl’, anv-iṣ̌áti ‘sucht auf = av. išaiti ‘wünscht’, ai. iccháti (*is-sk̑ō) ‘sucht, wünscht’ = av. isaiti ds., ai. icchā ‘Wunsch’, iṣ̌ (2. Kompos.-Glied) ‘suchend, strebend nach’ = av. ds., f. ‘Wunsch, Gegenstand des Wunsches’, ai. iṣ̌ta- ‘erwünscht’, ī̆ṣ̌má- m. ‘Liebesgott’; arm. aic̣ (*ais-sk̑ā) ‘Untersuchung’; umbr. eiscurent (Bugge KZ. 30, 40) ‘arcessierint’ (wohl als *eh-iscurent ‘exegerint’ aufzufassen); lat. aeruscāre ‘bitten’ als *aisos-k̑o- ‘heischend’ zu av. Imp. išasā ‘begehre’ (-esk̑o- neben -sk̑o-: isaiti ‘wünscht’); ahd. eiscōn ‘forschen, fragen, fordern, (nhd. heischen mit h nach heissen), as. ēscōn, ēscian ‘fordern’, ags. āscian, āxian ‘versuchen, fordern, fragen’, ahd. eisca ‘Forderung’, ags. æsce f. ‘Untersuchung’; im Balt.-Slav. mit nichtpalatalem k des Präsenssuffixes -skō (gegenüber ar. arm. -sk̑-), was nicht durch Entlehnung aus dem Germ. zu erklären ist; lit. íeškau, ieškóti ‘suchen’, lett. iẽskât ‘lausen’, aksl. iskǫ (und ištǫ), iskati ‘suchen’, iska ‘Wunsch’.

WP. I 12, WH. 19, Trautmann 67.

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal