Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

eindelijk - (ten slotte)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

einde zn. ‘plaats waar iets ophoudt’
Onl. ende, einde [10e eeuw; W.Ps].
Os. endi; ohd. enti; ofri. enda, ende; oe. ende; on. endi(r); got. andeis; < pgm. *andi-ja- ‘id.’.
Verwant met Latijn ante ‘voor’; Grieks antíos ‘tegenover’ (zie → anti-); Sanskrit ántya ‘einde, grens’; Oudiers ētan ‘voorhoofd’; Hittitisch hanza ‘voorkant’; bij de wortel pie. *h2ent- ‘voorkant’ (IEW 48).
De overgang van korte e- voor -n- plus dentaal naar ei- (als in → peinzen, → veinzen, → heinde) is oorspr. Zuid-Nederlands en komt al in het Oudnederlands voor. De vorm end treft men nog in het hele taalgebied in de spreektaal aan en vindt men onder meer in toponiemen, bijv. Purmerend, Oostende. In de standaardtaal bestaan nog samenstellingen met endel-, zie → endeldarm. Vormen met en zonder eind-e komen naast elkaar voor. Tussen eind en einde lijkt in de huidige standaardtaal zelfs een licht onderscheid te bestaan. De oudere vorm einde wordt vaker voor abstracta gebruikt: dit is het einde tegenover aan het eind van de straat.
eindeloos bn. ‘zonder einde’. Mnl. endeloes [1340-60; MNW]. Afleiding met het achtervoegsel → -loos. ♦ eindelijk bw. ‘ten slotte’. Mnl. endeleke ‘ten slotte’ [1240; Bern.], endeleke ‘beslist, zonder twijfel’ [1289; CG I, 1415], endelic, eindelijc (bn.) ‘beslissend, bepalend, definitief’ [1336-39; MNW]. Afleiding met het achtervoegsel → -lijk. De Middelnederlandse betekenis ‘beslist’ is ontstaan door volksetymologische aanpassing van onl. *ando-like met eerste lid mnl. ande ‘heftige gemoedsbeweging’. Als bn. is eindelijk vervangen door → uiteindelijk. ♦ eindigen ww. ‘een einde nemen’. Mnl. endet ‘eindigt’ [1236; CG-I, 21], enden ‘beëindigen’ [1240; Bern.], endigen ‘beëindigen’ [1395; MNHWS], eindigen ‘eindigen’ [1558; MNHWS]. In het Middelnederlands wordt overgankelijk en onovergankelijk gebruik bij deze woorden niet onderscheiden. Sinds het Vroegnieuwnederlands is eindigen voornamelijk onovergankelijk. De meeste overgankelijk functies zijn overgegaan op ♦ beëindigen ww. ‘voltooien’. Vnnl. beënden ‘voltooien’ [1590-99; WNT], beeyndicht heeft ‘begrensd heeft’ [1584; WNT], zich beëindigen ‘eindigen’ [1644; WNT], beëindigen ‘voltooien’ [1865; WNT]. Afleiding met → be- en → -igen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

eindelijk bnw., vooral bijw. Reeds mnl. ohd. (in un-entlîh) mnd. ofri. on. (endaligr), met verschill. bett.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

eindelijk ‘ten slotte’ -> Deens endelig ‘ten slotte’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors endelig ‘ten slotte’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds äntligen ‘ten slotte’ (uit Nederlands of Nederduits); Negerhollands eindlik ‘ten slotte’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal