Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

eiland - (land omringd door water)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

eiland zn. ‘land omringd door water’
Onl. ālendi [10e eeuw; W.Ps.]; mnl. eilant ‘eiland’ [1240; Bern.].
Ontleend aan Oudfries eiland, een samenstelling van ei ‘eiland’ met land ‘land’, zie → land. Het eerste lid ei is door -i-umlaut en wegval van -w- ontstaan uit pgm. *agwjō.
Os. īegland; mhd. einlant (nhd. insel < Latijn īnsula); ofri. eiland (nfri. eilân), oe. ēgland (ne. island onder invloed van Oudfrans isle); on. eyland; < pgm. *agwjō- ‘bij water behorend land’, een j-afleiding met grammatische wisseling van pgm. *ahwō- (waaruit → a). Uit pgm. *agwjō- zijn ook ontstaan: -ouw zoals in → landouw; ooi zoals in → ooibos; en -oog zoals in Schiermonnikoog ‘eiland van de schiere (= grauwe) monniken, de cisterciënzers’. Zie ook → gouw 1 ‘landstreek’.
Lit.: Philippa 1992; Rooth (1979) Nordseegermanische Studien. I

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

eiland [land omgeven door water] {eilant 1201-1250} < oudfries eiland, een kustwoord, vgl. oudengels egland, i(e)gland, oudnoors eyland; het eerste lid is nauw verwant met A(a) [waterloop].

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

eiland

Een aan alle zijden door water omgeven stuk land heet een eiland. Het deel van het woord dat verklaring behoeft, is natuurlijk: ei. Daarnaast vindt men vormen als: oog (Schiermonnikoog: eiland der in grijze pijen geklede monniken); ooi: Wadenoyen en de naam Schimmelpenninck van der Oye; ouw in een woord als landouw. Al deze woorden gaan terug op het Gotische woord ahwa dat: water betekent. Het woord eiland betekent dus letterlijk: waterland. Van dit woord ahwa komen ook de riviernamen A en Ee en het zit ook verborgen in de stadsnaam Breda.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

eiland znw. o. Het woord is van friese oorsprong: germ. *aujō- > fri. ei; uit het fries > mnl. eiland, mnd. eilant (> mhd. nhd. eilant), oe. ēglond. — De grondvorm is germ. *agwjō, dat in verschillende vormen optreedt: ofrank. ō in plaatsnamen Islō, Masō, als auw: ouw in nnl. landouw, mnl. (land) ouwe, ‘beemd, landouw’, ohd. ouwa ‘water, stroom, land bij het water, eiland, vochtig land’ (nhd. au, aue); als ooi ‘uiterwaard’ (in plaatsnamen als Wadenoyen, Littooien) en daaruit saksisch oog (Schiermonnikoog). De wisseling auw: ooi berust op de verbuiging: nom. *awī: verb. *aujō-. — oe. īeg, ēg, īg, on. ey ‘eiland’. Het germ. *agwjō is reeds vroeg overgeleverd bij de klassieke schrijvers in de vorm -avia zoals Sca(n)dinavia bij Plinius, Scadanavia, Scadanau bij Paulus Diaconus (later > on. Skāney > zw. Skåne; AEW 482); misschien ook Batavia. Ook reeds in de vorm ōi, vgl. got. Ōium (Jordanes: de eilanden in de Weichseldelta) en Gepedōiōs ‘de Gepideneilanden’. — Dit *agwjō- is afgeleid van en staat in grammatische wisseling met *ahwa ‘water’, waarvoor zie A, Aa. — De oorspronkelijke betekenis is dus ‘aan of in water gelegen land’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

eiland znw. o., mnl. eilant(d) o. Evenals mnd. mhd. eilant (door volksetymologie einlant) (nhd. eiland) o. uit ofri. eiland o. Men heeft gepoogd, eiland als een nfrank. vorm te verklaren, maar die verklaring is te gewrongen om juist te kunnen zijn. Ofri. eiland is evenals mnd. ôland, ags. îegland (waaruit onder invloed van ofr. isle eng. island), on. eyland o. een samenst. van *ei, resp. ô, îeg, ey v. “eiland” en land. Het eerste lid, germ. *aujô-, nom. *awî, uit *aʒwjô- komt ook in de andere germ. talen voor: onfr. (in charters) Îsl-ô, Mas-ô, ohd. ouwa v. “water, stroom, land bij ’t water, eiland, vochtig weiland” (nhd. au, aue), ndl. landouw, mnl. (land)ouwe v. “beemd, landouw”, ooi v. “eiland door een rivier gemaakt, uiterwaard”. De laatste vorm, die klankwettig naast ouwe ontstaan is (*awî > ouwə, gen. *au-jôz > ôjə) bestaat nog in eigennamen als Schimmelpenninck van der Oye, Ammersooi, Wadenoyen. NB. Een dergelijke samengestelde eigennaam is misschien ook Bat-avia, zeker Scadin-avia, ags. Scedenîg, on. Skâney; Schiermonnikoog (in de prov. Gron. zegt. men -ô). Germ. *aʒwjô-, eig. “waterland” is een afl. van idg. *aqâ- of *aḱwâ-, got. ahwa, (onfr. â-lende “insulae”), ohd. os. aha, ofri. â (ook in âlond “eiland”), ê, ags. êa (< *eahu), on. ǫ̂ v. “water”, lat. aqua “id.”. Dit leeft nog voort in namen als De A, De Ee, Breda, vgl. du. Fulda, ofri. Wisurâ, Wiserê. [Vgl. voor dgl. als de in dit artikel besproken vormen bij ooi.]

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

eiland o., Mnl. eilant, uit Ofri. eiland + Ags. íeglond (Eng. island), On. eyland (De. eiland); ook zonder het 2e lid, Ags. íeg, On. ey (Zw. ö, De. ø). Dit Ofr. ei, Ags. eg, On. ey is umlautsvorm van ons ouwe in landouw (z.d.w. en a) en bet. waterland. Hgd. eiland is wel hetz. Fri. woord; Mhd. einland is een poging tot volksetym. (ein = alleen, afgezonderd).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

eiland s.nw.
Stuk land aan alle kante deur water omring.
Uit Ndl. eiland (al Mnl.), met lg. van Friese oorsprong.
Die grondvorm is Germ. *agwjō wat afgelei is van en in grammatiese wisseling staan met *ahwa 'water', d.w.s. 'land wat in of aan water geleë is'.
D. Eilant, Eng. island.

Thematische woordenboeken

G. van Berkel & K. Samplonius (2018), Nederlandse plaatsnamen verklaard

eiland 'land omgeven door water'
Onl. âlendi, mnl. eilant 'eiland' is ontleend aan ofri. eiland (nfri. eilân), een samenstelling van ei, door umlaut en wegval van -w- ontstaan uit germ. *agwjô 'land aan een water', met land 'land, in tegenstelling tot water', os. îegland, mhd. eilant (door volksetymologische reïnterpretatie einlant), oe. êgland.

J. van de Kamp en J. van der Wijk (2006), Koosjer Nederlands: Joodse woorden in de Nederlandse taal, Amsterdam; inclusief ongepubliceerde aanvullingen door de auteurs

eiland, het: de Achtergracht te Amsterdam

— ‘k Mot daar om tien uur op ’t eiland zijn over die hourik van me.
[Philip van der Woude, 1899] (MAURITS VERHOEFF ; THIJS WIEREMA, 1999)
— Hoe as ik daar m’n tijd sta te versjmoeze, noeh!? Kan ‘k me daar m’n nesjomme uithaaste om naar dat eiland te komme.
[Philip van der Woude, 1899] (MAURITS VERHOEFF ; THIJS WIEREMA, 1999)

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

eiland (Oudfries eiland)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Eiland. Het eerste lid is verwant met aa = water (zie Aa); het woord wil dus zeggen: water-land, land in ’t water Het eerste lid moet in ’t Got. agwjo geluid hebben en is een afl. van ’t Got. ahwa = water, zie Aa; zoodat agwjo wilde zeggen: waterig. Het komt ook als z.n.w. afzonderlijk voor in ons ouw, 2e lid van landouw, dat dus ook waterig land bet.. Het is aan ’t Friesch ontleend, waarvan sommige dialecten voor ei ook o, oog hebben, vgl. Rottumeroog (= het eiland van ’t klooster Rottum in Gron.); de g moet ook oorspr. in ’t Got. gestaan hebben, en het Angelsaks. heeft nog eg-lond.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

eiland ‘land omgeven door water’ -> Duits Eiland ‘land omgeven door water’ (uit Nederlands of Nederduits); Deens † ejland ‘(zeemanstaal) land omgeven door water’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors † eiland ‘land omgeven door water’ (uit Nederlands of Nederduits); Negerhollands eyland, eiland ‘land omgeven door water’; Sranantongo èilanti ‘land omgeven door water’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

eiland land omgeven door water 1240 [Bern.] <Fries

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal