Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

egaal - (gelijkmatig)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

egaal bn. ‘gelijkmatig’
Vnnl. egael ‘gelijk’ [1503; MNHWS], verdeelt ... in 21. egale partyen ‘verdeeld in 21 gelijke partijen’ [1663; WNT], egaal ‘gelijkmatig van voorkomen’ [1887; WNT].
Ontleend aan Frans égal ‘gelijk, gelijkmatig’ [12e eeuw; Rey] < Latijn aequālis ‘gelijk, overeenkomstig’, een afleiding bij het bn. aequus ‘gelijk’, van onbekende verdere herkomst.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

egaal [gelijkmatig, glad] {egael [gelijk] 1503} < frans égal < latijn aequalis [effen, gelijkmatig, even groot], van aequus [gelijk, effen].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

egaal, ejaal, bw.: om het even, maakt niet uit. Ejaal met Rijnlandse j. D. (es ist mir) egal ‘het is me om het even’ < Fr. (cela m’est) égal ‘dat is mij gelijk’ < Lat. aequalis ‘gelijk’ < aequus ‘gelijk’.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

eengalig, bn.: gelijk, zonder veel verschil. Volksetymologisch voor egalig, afl. van egaal, Fr. égal < Lat. aequalis ‘gelijk’.

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

egaal, eengaal, ingaal bn., bw.: egaal, effen, gelijkmatig. Vnnl. egael ‘gelijk’. Fr. égal < Lat. aequalis, afl. van aequus ‘gelijk’. Eengaal, ingaal met epenthetische n en door volksetymologische associatie met een, in.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

egalig b.nw. Ook, geselstaal, eengalig.
Eenders, gelykvormig.
Afleiding met -ig van Ndl. egaal (1503) 'gelykmatig, glad'. Eerste optekening in Afr. by Kern (1890) in die vorm egaal 'gelyk'.
Ndl. egaal uit Fr. égal uit Latyn aequalis 'gelykmatig, ewe groot' uit aequus 'gelyk'.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

eengalig: “eenders, gelykvormig”; Ndl. egaal (’n enkele maal met agterv. -ik teenoor Afr. -ig), ontln. a. Fr. égal uit Lat. egalis, “gelyk”; in Afr. verdere volkset. in vorm een gal (v. Kern WFA 57); gal II.

J. du P. Scholtz (1961), Afrikaanse woorde en uitdrukkinge - eiegoed of erfgoed?, uitgegee deur Edith H. Raidt, in: Tydskrif vir Geesteswetenskappe, pp. 235-290

Eengaal bnw., bw. Veel voorkomende volksetimologiese vervorming van egaal. Ook in die Ndl. dialekte baie gewoon. So Ter Laan 33: aingoal. Dijkstra II, 12: yngael Draaijer 18: ingaal; Van Schothorst 125: eëngôel; Van de Water 72: eéngaol; Opprel 54: eêngaal; Boekenoogen &81: iengaal. Die vorm e(en)galig, wat ook in Afrikaans goed bekend is naas e(en)gaal, word deur die Ndl. Wdb. III, 3960, as gewestelik Suid-Ndl. opgegee. Naas die t.a.p. gesiteerde bronne het ek e(en)galig ook alleen nog by Corn. en Vervl. aangetref.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

egaal (Frans égal); (het is me --) (Frans égal of Duits egal)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

egaal ‘gelijkmatig, glad’ -> Indonesisch égal ‘gelijkmatig, glad’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

egaal gelijkmatig, glad 1503 [HWS] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal