Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

dwergvleermuis - (diersoort)

Thematische woordenboeken

H. ter Stege (2004), De betekenis van de Nederlandse (volks)namen van zoogdieren, reptielen en amfibieën, eigen uitgave Waalre

Dwergvleermuis ̶ Pipistrellus pipistrellus (Schreber, 1774)
Duits: Zwergfledermaus; Engels: Pipistrelle; Frans: Pipistrelle; Fries Lytse flearmûs
De dwergvleermuis is niet alleen de kleinste, maar ook de meest algemeen voorkomende soort in ons land. Dwergvleermuizen verblijven in de zomer meestal in allerlei nauwe ruimten (spouwen en spleten) van gebouwen. De invliegopening van het nest wordt gemarkeerd met urine en uitwerpselen. Ze overwinteren in grote groepen in spouwmuren, holle bomen en grotten.
Dwergvleermuizen vliegen in de regel kort na zonsondergang uit en jagen, vaak gedurende één lange nachtvlucht, in de lichtkring van een lantaarnpaal, in tuinen en in bossen. Hun prooi bestaat uit allerlei kleine insecten.
De rugvacht is licht tot donkerbruin, de buik is lichter en iets geler van kleur. Snuit, oren en vleugels zijn bruin-zwart.
In dwergvleermuis en in het Friese lytse flearmûs zinspelen de aanduidingen ‘dwerg’ en ‘lytse (= klein)’ op de bescheiden afmetingen van deze lilliputter. Het woord ‘gewone’ in gewone dwergvleermuis benadrukt niet alleen de relatieve algemeenheid van deze soort, maar ook het verschil met de verderop beschreven ruige dwergvleermuis (P. nathusii)..

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal