Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

dos - (opschikken, bijzonder kleden)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

uitdossen ww. ‘opschikken, bijzonder kleden’
Vnnl. uytdossen ‘fraai, feestelijk of ongewoon kleden’ in twee vvel vvtghedoste personen ‘twee fraai geklede personen’ [1618; iWNT], Ick bin al moytjes uyt edost [1618; iWNT].
Gevormd met → uit in de betekenis ‘sterk uiting geven aan iets’ bij het nu verouderde werkwoord dossen ‘ongewoon kleden’, zoals in vnnl. dossen ‘kleden’ in dat zy hem dosse ‘opdat zij hem kleedt’ [16e eeuw; iWNT], warm ghedost ‘warm gekleed’ [1613; iWNT]. Dit is afgeleid van het zn. dos ‘kleding’, zoals in moy in den dos ‘fraai gekleed’ [1620; iWNT], in den Persiaansen dosch ‘in het Perzisch gewaad’ [1652; iWNT]. Dit woord, dat eerder al gevonden is in de betekenis ‘dierenhuid’ [1603; iWNT], is verouderd, behalve in de samenstelling vederdos ‘verenkleed van vogels’; het is ontleend aan Frans dos ‘rug’ in de overdrachtelijke betekenis ‘rugbedekkende kledij’, zie → dossier.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

dos [fraaie kleding] {1599} < frans dos [rug] < latijn dorsum [rug, maar dan meestal van dieren], zodat we moeten denken aan vacht, bont.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

dos znw. m. ‘kleding; vacht van dieren’, mnl. dos in samenstelling ontdossen < fra. dos ‘rug’ (< lat. dorsum) en dan eigenlijk in de bet. van ‘rug van een dierenvel’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

dos znw., mnl. dos (blijkens ontdossen “ontkleeden”). Met uitbreiding van de bet. uit fr. dos (lat. dorsum), eig. “rug van een dierevel”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

dos m., Mnl. id., bet. kleeding gevoerd met dos = rug van het inlandsch eekhorentje, uit Fr. dos, van Mlat. dossum, klass. Lat. dorsum = rug: oorspr. onbek.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

dos (Frans dos)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal