Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

diskjockey - (iemand die populaire muziek draait en aankondigt)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

diskjockey zn. ‘iemand die populaire muziek draait en aankondigt’
Nnl. discjockey ‘id.’ [1955; WNT Aanv.], disk-jockey [1973; WNT Aanv.].
Ontleend aan Amerikaans-Engels disk-jockey ‘id.’ [1941; Webster], gevormd uit disc, disk ‘schijf, grammofoonplaat’, zie → discus, en jockey in de Amerikaans-Engelse betekenis ‘bestuurder, chauffeur’ (OED).
De spelling met k is Amerikaans-Engels, de spelling met c is modern Brits-Engels.

EWN: diskjockey zn. 'iemand die populaire muziek draait en aankondigt' (1955)
ANTEDATERING: De radio, door middel van de gehate discjockey, blies de gramofoon een hoeveelheid nieuw leven in [1947; De Gooi- en Eemlander (KB) 31/12]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

diskjockey [aankondiger van grammofoonplaten] {1959} < engels disk-jockey, disc-jockey, van disc [schijf, grammofoonplaat] + jockey (vgl. jockey).

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

dj (Engels d.j. = disc jockey)

L. Koenen, R. Smits (1992), Peptalk, De Engelse woordenschat van het Nederlands

disc-jockey ['disk djokie]{platenruiter} platenpresentator: iemand die platen draait en ‘aan elkaar praat’ in een dansgelegenheid of op een radiostation.

dj [diedjee] ► disc-jockey.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

diskjockey ‘iemand die muziek draait op de radio of in een discotheek’ -> Indonesisch disjoki ‘iemand die muziek draait op de radio of in een discotheek’ (uit Nederlands of Engels).

Dateringen of neologismen

F. Bakker, E. van Ruijsendaal, P. Uljé, D. van Zijderveld, Vindpunt.nl – elektronisch doorzoekbare Woordenlijst Overbodig Engels met Nederlandse tegenhangers, uitgebreide en verbeterde voortzetting van de boekuitgaven Funshoppen in het Nederlands (2009) en Op-en-Top Nederlands (2015)

diskjockey zn. Ontleend aan het Engels.
= draaimeester, platenprater, muziekmenner.

dj zn. Ontleend aan het Engels.
[alg.] = draaimeester, platenprater, muziekmenner.

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

dienstweigeraar [iemand die weigert aan zijn militaire verplichtingen te voldoen] (1970). R.G. Broersma publiceert Recht voor z’n raap. Jargonboek voor hippe en andere vogels, met veel neologismen op het gebied van seks, drugs en rock-’n-roll, en politiek. Onder meer het woord dienstweigeraar is opgenomen, voor iemand die weigert aan zijn militaire verplichtingen te voldoen. Andere voorbeelden op het gebied van de politiek: actiecomité, actiegroep, actieprogram, activist, consumptiemaatschappij, cultuurpessimist, drop-out, flowerpower, langharig werkschuw tuig, love-in, omturnen, skinhead, vormingsleider, workshop. Op het gebied van seks: bondage, condoomautomaat, dildo, glijmiddel, groepsseks, partnerruil, pot (‘lesbienne’), prikpil, rampetampen, sadomasochisme, spiraaltje. Op het gebied van drugs: amfetamine, bewustzijnsverruimend middel, blowen, chinezen, clean, dealer, dopen, doping, drugs, druggebruiker, flippen, geestverruimende middelen, hasjroker, joint, junkie, lsd-trip, pot, psychedelica, weed. Muziektermen: alarmschijf, diskjockey, folk-rock, folksong, hitparade, piratenzender, popster, tieneridool.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

diskjockey aankondiger van grammofoonplaten 1955 [Stoop] <Engels

J. Posthumus (1986), A Description of a Corpus of Anglicisms, Groningen

disc (-) jockey, plural disc (-) jockeys ['dɪs(k)dʒɔki/s, -z(ɡ)dʒ-, -s(k) (t)ʃ-] Koenen 1974. Loanword from English disc jockey n.

dj, plural dj’s ['di(:)dʒe:/s] Koenen 1974. Loanword from English dj n.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal