Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

discussiëren - (van gedachten wisselen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

discussie zn. ‘gedachtewisseling’
Vnnl. discussie “een wechdrijuinge / veriaghinge oft schuddinghe vanden anderen (‘een wegdrijving, verjaging of schudding van de ander’)” [1577; Werve], discussie ‘bespreking’ [1612; Stal.], wijtloopende discussien ende uutlegginge ‘uitvoerige besprekingen en toelichtingen’ [1616; WNT wijdloopend]; nnl. discussie ‘bepleiting, over- en wederspraak’ [1805; Meijer].
Ontleend aan Frans discussion ‘discussie’ [1792; Rey], eerder al ‘nauwkeurig onderzoek’ [ca. 1200; Rey] < Latijn discussio, genitief discussiōnis, ‘schok; onderzoek, gedachtewisseling’, een afleiding van het werkwoord discutere ‘uiteenslaan; uit de weg ruimen, onderzoeken, bespreken’, gevormd uit → dis- ‘uiteen’ en quatere ‘schudden’, van onduidelijke herkomst, zie → cassatie.
De betekenisontwikkeling moet al vroeg zijn gelopen van ‘onderzoek’ (o.a. door uiteen en overhoop te halen), via ‘onderzoek van elkaars standpunten’, naar ‘gedachtewisseling’.
discussiëren ‘het voor en tegen bespreken’. Nnl. discussiëren [1874; WNT Aanv.]. Een in het Nederlands gevormde afleiding van discussie; niet ontleend aan het Frans, dat alleen discuter ‘discuteren’ kent. ♦ discutabel bn. ‘vatbaar voor discussie of kritiek’. Nnl. discutabel [1933; WNT Aanv.]. Ontleend aan Frans discutable ‘id.’ [1791; Rey]. ♦ discuteren ww. ‘het voor en tegen bespreken’. Vnnl. discuteren ‘bespreken’ [1695; Stall.]; nnl. discuteeren ‘over en weer bespreken’ [1799; WNT verrekening], discutiëeren ‘bepleiten, over en weer bespreken’ [1805; Meijer], discuteren “nauwkeurig onderzoeken, eene zaak door woordenwisseling wikken en wegen” [1847; Kramers]. Ontleend aan Frans discuter ‘discussiëren’ [1318; Rey] < Latijn discutere ‘afschudden, losmaken’, later ook ‘(doen) splijten, schiften, oplossen’; de betekenis ‘onderzoeken om tot een besluit te komen’ ontstond in kerkelijk taalgebruik als leenvertaling van Grieks exetázein ‘onderzoeken, inspecteren’.

EWN: discussie zn. 'gedachtewisseling' (1577)
ANTEDATERING: discussie 'wegdrijven, wegjagen' [1553; Werve, D6v]
EWN: ♦ discussiëren 'het voor en tegen bespreken' (1874)
ANTEDATERING: 't geen … ten aanzien van het recht van den Schout mogt gediscussieert zyn [1784; Iets zakelyks, 23]
EWN: ♦ discutabel bn. 'vatbaar voor discussie of kritiek' (1933)
ANTEDATERING: discutabel 'onderzoekbaar' [1847; Kramers]
EWN: ♦ discuteren ww. 'het voor en tegen bespreken' (1695)
ANTEDATERING: discuteren 'wegdrijven; doorgronden' [1553; Werve, D6v]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

discussiëren
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal