Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

diplomatie - (tactisch handelen als van diplomaten)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

diplomaat zn. ‘overheidsfunctionaris, inz. zijn land vertegenwoordigend in het buitenland; onderhandelaar; voorzichtig en handig persoon’
Nnl. diplomaten ‘gezanten’ [1804; WNT penchant], diplomaat ‘gezant, onderhandelaar; kenner van staats-verbonden en betrekkingen’ [1805; Meijer], ‘een oorkonden-kenner, een gezantschapskundige’ [1824; Weiland], ‘handig politicus’ [1841; WNT voorval I], ‘staatsman’ [1847; WNT wichtig], diplomaten ‘vertegenwoordigers in, onderhandelaars met het buitenland’ [1864; WNT], diplomaat ‘handig, sluw persoon’ [1866; WNT verlakken].
Ontleend aan Frans diplomate ‘staatsman, onderhandelaar met het buitenland’ [1792; Rey], gevormd naar analogie van woordparen als aristocrate-aristocratique gevormd bij het oudere diplomatique ‘met betrekking tot officiële geschriften’ [1727; Rey], ‘verband houdend met internationale betrekkingen’ [1777; Rey] < Neolatijn diplomaticus [1681; Rey], een afleiding van Latijn diploma ‘officieel geschrift’, zie → diploma.
De in 1866 geattesteerde zeer negatieve connotatie ‘sluwerik, gluiperd’ is in de loop van de 20e eeuw verdwenen.
diplomatie zn. ‘het handelen van diplomaten; tactisch handelen; de wereld der diplomaten’. Nnl. diplomatie ‘de wetenschap van staats-verbonden betrekkingen’ [1805; Meijer], diplomatie “oorkondenleer, gezantschapskunst” [1824; Weiland], ‘het handelen van diplomaten’ [1833; WNT vijandelijkheid], ‘de gezamenlijke diplomaten’ [1852; WNT vorst I], ‘tactisch, strategisch handelen’ [1856; WNT stamhouder]. Ontleend aan Frans diplomatie ‘het handelen van diplomaten; tactisch handelen’ [1790; Rey], een afleiding van diplomatique. ♦ diplomatiek bn. ‘betrekking hebbend op de diplomatie; sluw; onbewerkt (van uitgaven)’. Nnl. diplomatiesch, diplomatiek “tot staatonderhandelingen betrekkelyk” [1805; Meijer], diplomatisch ‘uit oorkonden afgeleid; wat tot het ambt van een afgezant behoort’ [1824; Weiland], ‘betrekking hebbende op de diplomatie’ [1833; WNT wrevel], ‘sluw, omzichtig; wellevend’ [1831; WNT vorm], ‘onbewerkte uitgave van een handschrift’ [1883; WNT archief]. Ontleend aan Frans diplomatique ‘betreffende internationale documenten’ [1726; Rey], ‘inzake internationale betrekkingen’ [1777; Rey].

EWN: diplomaat zn. 'overheidsfunctionaris, inz. zijn land vertegenwoordigend in het buitenland; onderhandelaar; voorzichtig en handig persoon' (1804)
ANTEDATERING: eenige andere diplomaaten [1797; De voorheen Stichtsche nu Rhynlandsche courant (KB) 8/9]
EWN: ♦ diplomatie zn. 'het handelen van diplomaten; tactisch handelen; de wereld der diplomaten' (1805)
ANTEDATERING: Staatshandelingen ("diplomatie") [1792; Leydse courant (KB) 5/12]
Ook: de kennisse der Diplomatie [1793; Oprechte Haerlemsche courant (KB) 6/7] (EWN: 1805)
EWN: ♦ diplomatiek bn. 'betrekking hebbend op de diplomatie; sluw; onbewerkt (van uitgaven)' (1805)
ANTEDATERING: het Diplomatieke Corps 'het corps diplomatique' [1785; Oprechte Haerlemsche courant 21/4]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

diplomatie (Frans diplomatie)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal