Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

differentiatie - (het ontstaan of maken van onderscheid)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

differentiëren ww. ‘zich verschillend ontwikkelen; onderscheid maken; zeker wiskundige bepaling uitvoeren’
Nnl. differentierende (teg.deelw.) ‘een wiskundige bepaling uitvoerende’ [1760; WNT trekken], differentieerde (pret.) ‘zich op verschillende manieren ontwikkelde’ [1925; WNT Aanv.], gedifferentieerd (verl.deelw.) ‘onderscheiden, verdeeld’ [1955; WNT Aanv.].
Ontleend aan Frans différencier ‘verschillen, onderscheid maken’ [1360-1400; Rey] en différentier ‘zekere wiskundige bepaling uitvoeren’ [1754; Rey] < middeleeuws Latijn differentiare ‘verschillen’ [1360; Rey], een afleiding van Latijn differentia ‘verschil aangevende’, zelfstandig gebruikt deelw. van differre ‘verschillen’, gevormd met → dis- ‘uiteen’ bij het werkwoord ferre ‘doen, maken’ (verwant met → baren).
differentiatie zn. ‘het (gaan) verschillen, het maken van onderscheid, de verscheidenheid’. Nnl. differenciatie ‘het maken van onderscheid’ [1913; WNT Aanv.], differentiatie ‘het gaan verschillen’ [1924; WNT Supp. attribuut], ‘de verscheidenheid’ [1935; WNT Supp. anatomisch]. Afleiding van differentiëren, of ontleend aan Frans différenciation ‘het maken van onderscheid, het uiteenlopen’ [1808; Rey] en différentiation ‘zekere wiskundige bepaling’ [1839; Rey], afleiding van middeleeuws Latijn differentiare ‘verschillen’; het woord is mogelijk ook in een of meer betekenissen ontleend via Engels differentiation ‘wiskundige bepaling’ [1802; OED], ‘het maken van onderscheid’ [1855; OED], afleiding van Engels differentiate ‘onderscheid maken, verschillen’ < middeleeuws Latijn differentiare. ♦ differentieel 2 bn. ‘onderscheid makend, uitgaande van verschil’. Vnnl. differentiële ‘verschillende’ [ca. 1620; WNT verdienen]; nnl. differentiëele zielkunde ‘psychologie die de effecten van verschillen bestudeert’ [1913; WNT Aanv.], differentieele diagnose ‘diagnose waarbij verschillen in ziektebeelden in acht worden genomen’ [1923; WNT Aanv.]. Ontleend aan Laatlatijn differentialis ‘verschillend’, afleiding van Latijn differentia.

EWN: differentiëren ww. 'zich verschillend ontwikkelen; onderscheid maken; zeker wiskundige bepaling uitvoeren' (1760)
ANTEDATERING: elke veranderlyke Grootheid differentieeren (in wiskundige context) [1738; Wolff 1, 532]
EWN: ♦ differentiatie zn. 'het (gaan) verschillen, het maken van onderscheid, de verscheidenheid' (1938)
ANTEDATERING: de differentiatie van het product uit den sinus in het vierkant van den cosinus [1797; Brunings, 9]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

differentiatie ‘splitsing van een geheel in delen’ -> Indonesisch diférensiasi ‘het maken van onderscheid’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal