Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

desintegreren - (uiteenvallen)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

desintegreren [uiteenvallen] {na 1950} < frans désintégrer, van dé- [van … weg] + intégrer (vgl. integreren).

Thematische woordenboeken

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Desintegreren (= Fr. désintégrer; < → de- (3), + Fr. intégrer = volledig maken; Lat. ínteger = onaangetast, gaaf; < in- (2) = niet-, + tángere = aanraken; lett. niet-aangeraakt). Uit elkaar vallen; b.v. van atoomkernen.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

desintegreren uiteenvallen 1939 [Aanv WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal