Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

dement - (zwakzinnig)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

dement bn. ‘zwakzinnig’
Nnl. dement ‘zwakzinnig door aftakeling’ [1895; WNT Aanv.].
Ontleend aan Frans dément ‘krankzinnig, waanzinnig’ [1832; Rey], dat teruggaat op Latijn dēmēns (genitief dēmentis) ‘waanzinnig’, een samenstelling van het voorvoegsel ‘weg’ en mēns ‘verstand, geest’, dus eigenlijk: ‘weg uit het verstand’.
Het Frans kende al een ouder en weinig frequent desment [1490; Rey] met dezelfde betekenis. Pas in de 19e eeuw werd het door de Fransen als geneeskundige term opnieuw uit het Latijn gevormd met de betekenis ‘waanzinnig’. Maar in het hedendaagse Nederlandse spraakgebruik worden de begrippen dement en het bijbehorende zn. dementie alleen bij ‘geheugenverlies of zwakzinnigheid door aftakeling (door ouderdom)’ gebruikt.
dementeren ‘dement worden’. Nnl. ‘dement maken’ in chronisch dementeerende ziekten [1934; WNT Aanv.], ‘dement worden’ in een hoogbejaarde dementerende patiënt [1969; WNT Aanv.], ‘dement worden’ [1984; Dale]. ♦ dementie zn. ‘zwakzinnigheid’. Nnl. dementie ‘dwaasheid’ [1805; Meijer], ‘zwakzinnigheid door aftakeling’ [1913; WNT Aanv.].

EWN: dement bn. 'zwakzinnig' (1895)
ANTEDATERING: een 20tal demente epileptici [1888; NTvG 32, nr.1, 11]
EWN: ♦ dementeren 'dement worden' (1934)
ANTEDATERING: die epileptikers, die psychosen hadden of zeer gedementeerd waren [1911; Polet, 4]
EWN: ♦ dementie zn. 'zwakzinnigheid' (1805)
ANTEDATERING: haere Onsinnigheit en volkomen Dementie [1743; Advysen en sententien, 43]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

dement [zwakzinnig] {1895} < frans dément < latijn demens (2e nv. dementis) [onzinnig, waanzinnig, dwaas], van de [weg van] + mens (2e nv. mentis) [begrip, verstand], vgl. engels mind.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

dement zwakzinnig 1895 [WNT verwelken] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal